Ministeriële regeling · BWBR0009692

Regeling uitvoering integriteitsbeleid EZ

Wijzigingen Officiële bron
Regeling uitvoering integriteitsbeleid EZ Regeling uitvoering integriteitsbeleid EZDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 51, 61, 62 en 64 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Gehoord het departementaal georganiseerd overleg en de departementale ondernemingsraad, ingesteld bij het Ministerie van Economische Zaken;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant 1.

’s-Gravenhage15 juni 1998 De Minister van Economische Zaken, G.J.Wijers

De in artikel 3, eerste lid, bedoelde opgave bevat de volgende gegevens:

Het hoofd van dienst toetst of door het verrichten van de nevenwerkzaamheden de goede vervulling van zijn functie door de medewerker of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staan met die functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

De medewerker, aan wie toestemming voor het verrichten van de gemelde nevenwerkzaamheden is verleend, meldt elke wijziging van omstandigheden die van invloed kan zijn op de verleende toestemming, terstond aan zijn hoofd van dienst. Het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6 is van overeenkomstige toepassing.

Indien een geschenk niet wordt aangenomen maakt het hoofd van het organisatie-onderdeel dat bekend aan de aanbieder van het geschenk, onder verwijzing naar het integriteitsbeleid van het ministerie.

Indien de medewerker het geschenk dat niet mag worden aangenomen toch heeft aangenomen, draagt het hoofd van het organisatie-onderdeel, voor zover mogelijk, zorg voor teruggave daarvan, respectievelijk, als het een dienst betreft, voor vergoeding van de kosten van die dienst. Een geschenk dat niet kan worden teruggegeven wordt door het betrokken hoofd voor algemeen gebruik beschikbaar gesteld aan de medewerkers van zijn organisatie-onderdeel.

De als adviseur integriteit aangewezen medewerkers overleggen onderling periodiek over de uitvoering van hun taak.

De als adviseur integriteit aangewezen medewerkers brengen jaarlijks voor 1 maart aan de secretaris-generaal gezamenlijk een vertrouwelijk en geanonimiseerd verslag uit over het aantal malen dat zij zijn geraadpleegd en de onderwerpen waarover zij hebben geadviseerd in het voorgaande kalenderjaar, met daarbij aangegeven van welke vormen van inbreuk op de integriteit zij eventueel hebben kennisgenomen.

Het registratiepunt integriteit heeft tot taak:

Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 14 fungeert voor de hoofden van dienst de secretaris-generaal als hoofd van dienst respectievelijk hoofd van het organisatie-onderdeel en voor de secretaris-generaal de minister.

In het jaar 2000 wordt de werking van deze regeling geëvalueerd.

Het Besluit instelling vertrouwenspersoon integriteit EZ wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering integriteitsbeleid EZ.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.

Door medewerker in te vullen

Medewerker:

Datum:

Handtekening:

Wanneer de ambtenaar is aangewezen, omdat deze een functie bekleedt waarbij in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie aanwezig kan zijn, is hij verplicht financiële belangen te melden die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken. Het hoofd van dienst beoordeelt in hoeverre de financiële activiteiten zich verdragen met de werkzaamheden in de functie. Hij kan zich daarin laten bijstaan door de compliance officer. Het meldingsformulier wordt gericht aan het hoofd van dienst en in afschrift toegezonden aan de compliance officer.