Ministeriële regeling · BWBR0009700

Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheidUitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheidDe Staatssecretaris van Financiën en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 34, zesde lid, van de Invorderingswet 1990 en 16a, tiende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, W.A.VermeendDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, F.H.G. deGrave

De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut verlenen hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst slechts op schriftelijk verzoek van de uitlener en mits die uitlener zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding uitlenen van personeel dan wel, naar redelijkerwijs mag worden aangenomen, op korte termijn die hoedanigheid zal verwerven.

De ontvanger en het Uitvoeringsinstituut weigeren hun medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst indien:

Het oorspronkelijke, door alle in artikel 1, tweede lid, onderdeel m, bedoelde partijen getekende, exemplaar van de g-rekeningovereenkomst wordt door de in dat onderdeel bedoelde kredietinstelling bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De instelling verschaft de andere partijen een kopie daarvan. Met betrekking tot de eerste volzin is artikel 52, vijfde en zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Een betaling die wordt verricht op een g-rekening wordt voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet slechts in aanmerking genomen voorzover:

Indien een inlener een arbeidskracht inleent van een natuurlijke of rechtspersoon die niet de werkgever of de inhoudingsplichtige voor de loonbelasting is van deze arbeidskracht, doch die inlener niet weet of behoort te weten dat dit het geval is, worden de betalingen van die inlener op de g-rekening van die persoon voor de toepassing van de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet in aanmerking genomen als waren zij verricht op de g-rekening van de uitlener.

Een betaling ten laste van het saldo van een g-rekening aan een ander dan de ontvanger of het Uitvoeringsinstituut wordt niet aangemerkt als een betaling welke in mindering komt op het bedrag aan loonbelasting en - voorzover toepasselijk - omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet.

Na opzegging van de g-rekeningovereenkomst blijft die overeenkomst niettemin van toepassing op het saldo van de desbetreffende g-rekening ten tijde van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening wordt gestort, een en ander voorzover daardoor geen strijdigheid ontstaat met de gevolgen die rechtens zijn verbonden aan het in staat van faillissement verklaren van de rekeninghouder of het hem verlenen van surséance van betaling.

Een betaling die wordt verricht op een rekening welke oorspronkelijk is geopend ingevolge een g-rekeningovereenkomst doch met betrekking waartoe een opzegging van die overeen- komst van kracht is geworden, wordt niet aangemerkt als een betaling welke in mindering komt op het bedrag aan loonbelasting en - voorzover toepasselijk - omzetbelasting, onderscheidenlijk premie, waarvoor in eerste aanleg aansprakelijkheid is ontstaan als bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de Invorderingswet en 16a, vierde lid, van de Coördinatiewet, tenzij die betaling deel is gaan uitmaken van het saldo op die rekening of het gedeelte van dat saldo op die rekening waarop, ondanks die opzegging, ingevolge het vierde lid het in artikel 1, tweede lid, onderdeel l, bedoelde pandrecht is komen te rusten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de artikelen 16 en 17 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs in werking treden en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot loonbelasting, omzetbelasting en premie, waarvoor aansprakelijkheid is ontstaan ingevolge de artikelen 34 van de Invorderingswet en 16a van de Coördinatiewet op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid.

De ondergetekenden:

Overwegende:

Zijn overeengekomen als volgt:

Aldus overeengekomen en getekend te ....... op .......

De rekeninghouder,

De ontvanger,

voor deze,

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

voor deze,

De kredietinstelling,