U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 4 september 1998, houdende regels over de vergoedingen die verschuldigd zijn terzake van door de Nationale ombudsman ontvangen klachten (Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman)Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsmanWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm, van 10 juli 1998, CW98/U934;

Gelet op artikel 1c, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman;

De Raad van State gehoord (advies van 13 augustus 1998, nr. W04.98.0326);

Gezien het nader rapport van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 28 augustus 1998, nr. CW98/1066;

Hebben goedgevonden en verstaan:

's-Gravenhage4 september 1998 Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A. Peper tweeëntwintigste september 1998 De Minister van Justitie, A. H. Korthals

In dit besluit wordt verstaan onder:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 juni 1998.

Dit besluit kan worden aangehaald als Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman.