U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 7 oktober 1998, houdende aanwijzing van gemeenten voor en regels met betrekking tot het verstrekken van specifieke uitkeringen ten behoeve van beleid op het terrein van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid (Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid)Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleidWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 juli 1998, GVM/Vz/983833, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken mevrouw A. G. M. van de Vondervoort;

Gelet op artikel 10a, eerste tot en met vierde lid, van de Welzijnswet 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 1998, No. W13.98.0308);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 1998, GVM/Vz/985051, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

's-Gravenhage7 oktober 1998 Beatrix De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers vijfde november 1998 De Minister van Justitie, A. H. Korthals

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Aan de in de bij dit besluit behorende bijlage, onder A, opgenomen gemeenten, wordt een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van maatschappelijke opvang bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meerdere problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, alsmede ten behoeve van activiteiten op het terrein van verslavingsbeleid, bestaande uit ambulante hulpverlening, gericht op verslavingsproblemen en preventie van verslavingsproblemen, inclusief activiteiten in het kader van de bestrijding van overlast door verslaving.

Aan de in de bij dit besluit behorende bijlage, onder B, opgenomen gemeenten, wordt een uitkering verstrekt ten behoeve van activiteiten op het terrein van vrouwenopvang, bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak en begeleiding aan vrouwen die, al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten in verband met problemen van relationele aard of geweld.

Uitkeringen aan gemeenten ten behoeve van door hun besturen te voeren beleid op de terreinen van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid worden door Onze Minister toegekend met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 10.

Binnen zes maanden na ontvangst van een verantwoording als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of de rekening, bedoeld in artikel 8, tweede lid, geeft Onze Minister een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4;52“4;52” moet zijn “4:52”., 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de uitkering eveneens op een lager bedrag kan worden vastgesteld indien niet uit een verantwoording blijkt dat de uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij is bestemd.

Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid.

Vervallen