Ministeriële regeling · BWBR0009955

Regeling geprivilegieerde post gedetineerden

Wijzigingen Officiële bron
Regeling geprivilegieerde post gedetineerden Regeling geprivilegieerde post gedetineerdenDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 37, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 16 juli 1998, nr. 704201/98.

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag20 oktober 1998 De Minister van Justitie, A.H.Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

de Penitentiaire beginselenwet;

b. brief:

een brief of een ander poststuk;

c. envelop:

een envelop of een daarmee vergelijkbare verpakking.

De directeur is uitsluitend bevoegd de enveloppen van brieven als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, te openen ter controle op bijgesloten voorwerpen, op de wijze als hieronder bepaald.

Niet langer van toepassing zijn: De regeling ’contacten met de buitenwereld’, code: 1.873.2:07.125, kenmerk: Gevangeniswezen nr. 510/378 van 8 juni 1978; de regeling ’correspondentie van gedetineerden met leden van de Staten-Generaal’, code -1.873.2-026.2, kenmerk Dir. Gevangeniswezen nr. 297/379 van 14 juni 1979; de regeling ’inzien van enveloppen en brieven van de raadsman’, code: 1.873.2.26.2, kenmerk Dir. Gevangeniswezen nr. 791/385 van 26 september 1985.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geprivilegieerde post gedetineerden.