Regeling · BWBR0009996

Besluit universele dienstverlening

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 10 november 1998, houdende regels met betrekking tot universele dienstverlening (Besluit universele dienstverlening)Besluit universele dienstverleningWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 4 juni 1998, nr. HDTP/98/1681/MD Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;

Gelet op de artikelen 3 tot en met 7 van richtlijn nr. 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (PbEG L 101) en op artikel 9.1 van de Telecommunicatiewet;

De Raad van State gehoord (advies van 13 augustus 1998, nr. W09.98.0235);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 3 november 1998, nr. HDTP/98/3281/JWD, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage10 november 1998 Beatrix De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J. M. de Vries negentiende november 1998 De Minister van Justitie, A. H. Korthals

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Als openbare telecommunicatiediensten of daarmee samenhangende voorzieningen als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

Het vaste openbare telefoonnetwerk, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voldoet aan deel 1 van bijlage I van richtlijn nr. 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (ONP) (PbEG L 199).

In een woonkern met meer dan 5000 inwoners wordt zorg gedragen voor het plaatsen en instandhouden van ten minste een openbare betaaltelefoon per 5000 inwoners.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de maximale hoogte van de tarieven van de openbare telecommunicatiediensten en voorzieningen, bedoeld in artikel 2, onderdelen b, c, d, alsmede met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 3 tot en met 7. Artikel 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit universele dienstverlening.