Ministeriële regeling · BWBR0010022
Aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Arbeidstijden vervoer
Gelet op artikel 8.1, derde lid, van de Arbeidstijdenwet;
Besluiten:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.NetelenbosDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,K.G. deVriesDe ambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de ambtenaren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993 worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2 (wegvervoer) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
De ambtenaren van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 4 (luchtvaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
De ambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de ambtenaren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, van de Politiewet 1993 worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 5 (binnenvaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 6 (zeevaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 1998.