Wijzigingen Officiële bron
Regeling aanwijzing overheidsorganen, bedoeld in artikel 3.4 van de TelecommunicatiewetRegeling aanwijzing overheidsorganen, bedoeld in artikel 3.4 van de TelecommunicatiewetDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 3.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet en artikel 18 van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,J.M. deVries

In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van Economische Zaken.

Als overheidsorganen belast met de zorg voor de veiligheid van de staat, de defensie, alsmede de handhaving van de rechtsorde, bedoeld in artikel 3.4 van de Telecommunicatiewet, worden aangewezen:

De aanwijzing van artikel 2 geldt voorzover de frequentieruimte wordt gebruikt voor de uitvoering van de taken die aan deze overheidsorganen zijn opgedragen.

De minister wijst de in het frequentieplan aangewezen frequentieruimte, die tot gebruik strekt van de in artikel 2 aangewezen overheidsorganen, toe aan:

De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Justitie en van Defensie dienen, voorafgaande aan een voorgenomen wijziging van het frequentieplan, een frequentie-onderbouwingsplan in, overeenkomstig een daartoe strekkend verzoek van de minister.

De in artikel 2, onder a, b, en d, aangewezen overheidsorganen mogen uitsluitend gebruik maken van andere dan de aan hen toegewezen frequentieruimte nadat zij daartoe instemming hebben verkregen van de instellingen of diensten die met het beheer van de betreffende frequentieruimte zijn belast.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 december 1998.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing overheidsorganen, bedoeld in artikel 3.4 van de Telecommunicatiewet.