Ministeriële regeling · BWBR0010035
Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang
Gelet op artikel 3.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 11, 12, 14, en 18 van het Frequentiebesluit;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.M. deVriesIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
wet: Telecommunicatiewet;
- b.
minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte door middel van de procedure op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang, dient te geschieden door middel van een daartoe strekkend formulier.
De aanvraag tot verlening van een vergunning voor frequentieruimte alsmede de aanvraag tot wijziging of intrekking van een vergunning wordt ingediend bij de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Van aanvragen die betrekking hebben op openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten verstrekt de minister een afschrift aan het college.
Een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van singlepoint-singlepoint straalverbindingen, alsmede een aanvraag voor de verlening, wijziging of intrekking van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie of voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen kan bij de Rijksdienst voor Radiocommunicatie worden ingediend langs elektronische weg met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch aanvraagformulier.
De aanvrager die voor de eerste maal een aanvraag langs elektronische weg als bedoeld in het derde lid indient, geeft daarbij een persoonlijke code op en verzendt binnen drie dagen na de datum van elektronische verzending van het elektronisch aanvraagformulier aan de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat per gewone post een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat hij een aanvraag langs elektronische weg heeft ingediend.
Bij het indienen van een volgende aanvraag langs elektronische weg verstrekt de aanvrager naast de op het elektronische aanvraagformulier gevraagde gegevens de persoonlijke code, bedoeld in het vierde lid.
Voor de verklaring, bedoeld in het vierde lid, gebruikt de aanvrager de door de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat opgestelde modelverklaring.
Indien de aanvraag tot verlening van een vergunning betrekking heeft op frequentieruimte die is bestemd voor openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten, kan de minister, naast de gegevens die worden gevraagd in het formulier, nadere gegevens vragen aan de aanvrager ter beoordeling van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder b.
Een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die bestemd is voor het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten dan wel bestemd is voor commerciële omroep wordt slechts verleend aan de aanvrager die:
- a.
voldoet aan de navolgende voorwaarden met betrekking tot zijn financiële positie:
- 1º.
de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
- 2º.
de aanvrager is geen surséance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surséance van betaling aangevraagd,
- 3º.
er is geen beslag gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;
- 1º.
- b.
op grond van de in de aanvraag vermelde gegevens naar het oordeel van de minister naar verwachting kan voldoen aan het met betrekking tot de vergunning bepaalde.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend als de aanvrager aantoont een redelijk belang te hebben bij de gevraagde vergunning.
Een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie wordt verleend aan natuurlijke personen van 16 jaar en ouder indien dezen in het bezit zijn van een geldig certificaat van bediening of aan rechtspersonen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend als de aanvrager aantoont een redelijk belang te hebben bij de gevraagde vergunning.
Vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen worden onderverdeeld in de categorieën A, C, en N, welke worden onderscheiden door de voor elk van deze categorieën toegewezen frequentiebanden en de toegestane zendvermogens zoals aangegeven in bijlage 1, behorende bij deze regeling.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van de categorie A of C wordt slechts verleend aan natuurlijke personen van 14 jaar en ouder die met goed gevolg het vereiste examen hebben afgelegd dat voor de te onderscheiden categorieën verschillend is.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van de categorie N wordt slechts verleend aan natuurlijke personen van 12 jaar en ouder die met goed gevolg het voor die categorie vereiste examen hebben afgelegd.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid van de categorie A wordt slechts verleend aan verenigingen van radiozendamateurs waarvan het ledental en de samenstelling voldoende representatief is voor de door de vereniging te behartigen belangen van de radiozendamateurs.
Een vergunning van de categorie A of C wordt slechts verleend aan onderwijsinstellingen waarvan het doen van onderzoekingen met radiozendapparaten essentieel is voor het geven van het onderwijs.
Aan andere aanvragers dan bedoeld in de leden 2 tot en met 5 wordt slechts een vergunning verleend in de categorie A, C, of N indien dezen naar het oordeel van de minister geacht kunnen worden op enigerlei wijze in het belang van het wetenschappelijk onderzoek van het radiospectrum werkzaam te zijn.
Een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voor ander gebruik dan bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 wordt slechts verleend indien de aanvrager aantoont een redelijk belang te hebben bij de gevraagde vergunning.
De gebruiker van frequentieruimte waarvoor geen vergunning is vereist, zorgt er voor dat door het gebruik van het gewenste signaal van het radiozendapparaat geen storing of belemmering wordt veroorzaakt in andere radiozendapparaten dan wel in overige elektrische of elektronische apparaten.
Als categorieën radiozendapparaten, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder a, van de wet, worden aangewezen:
- a.
randapparaten, zijnde koordloze telefoons, die bestemd zijn voor aansluiting op een vast openbaar telefoonnetwerk, mits de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- b.
randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiel openbaar telefoonnetwerk;
- c.
radiozendapparaten voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (CB), mits de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- d.
mobiele VHF/UHF radiotelefonen voor landmobiel gebruik die daadwerkelijk en krachtens een daartoe gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk, dat deel is van een radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing ten behoeve waarvan een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte (trunkinginstallatie);
- e.
randapparaten bestemd voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem, ten behoeve van mobiele communicatie, met uitzondering van het nood-, spoed en veiligheidsverkeer;
- f.
mobiele UHF radiotelefonen, werkend in de frequentieband 446 MHz, bedoeld voor algemeen gebruik ten behoeve van spraak over korte afstand (PMR 446), mits de in bijlage 3 aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- g.
de in bijlage 2 bedoelde categorieën radiozendapparaten, mits de in die bijlage aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen;
- h.
randapparaten, zijnde satellietgrondstations (SGS), werkend in de frequentiebanden 14.00 GHz tot 14.50 GHz en 29.50 GHz tot 30.00 GHz, met een maximaal uitgangsvermogen van 2 Watt en een maximaal uitgestraald vermogen van 50 dBWatt e.i.r.p. 2, en geplaatst op een afstand van ten minste 500 meter buiten de begrenzing van een luchtvaartterrein als bedoeld in de Luchtvaartwet;
- i.
randapparaten voor mobiele communicatie via ionisatiesporen van meteoren, werkend in de frequentieband 39.00 tot 39.20 MHz, met een maximaal uitgestraald vermogen van 50 Watt e.r.p. 3 en een kanaalafstand van 25 kHz, alsmede een maximale uitzendtijd van 100 milliseconden en een minimale wachttijd van 10 seconden, met een totaal van 24 uitzendingen per 24 uur.
Onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vallen slechts apparaten die voldoen aan het bij of krachtens het Besluit randapparaten en radioapparaten bepaalde.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 december 1998.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag en toelating vergunningen op volgorde van binnenkomst of bij wijze van voorrang.
Categorie vergunning | Toegestane zendvermo gen in watt | Frequentiebanden in MHZ | Status1 | Klassen van uitzending | |
van | tot | ||||
A | 400 | 0.1357 | 0.1378 | S | A1A |
10.1 | 10.15 2 | A1A, F1A, G1A, J2A | |||
1.81 | 1.85 | P | Geen beperkingen ten aanzien van klassen van uitzending tenzij in de voorschriften anders is bepaald | ||
3.5 | 3.8 | ||||
7.0 | 7.1 | ||||
14.0 | 14.35 | ||||
18.068 | 18.168 | ||||
21.0 | 21.45 | ||||
24.89 | 24.99 | ||||
28.0 | 29.7 | ||||
A/C | 120 | 50.0 | 50.45 | S | |
A/C | 400 | 144.0 | 146.0 | P | |
430.0 | 436.0 | ||||
436.0 | 440.0 | S | |||
A/C | 120 | 1240.0 | 1300.0 | S | Geen beperkingen ten aanzien van klassen van uitzending tenzij in de voorschriften anders is bepaald |
2320.0 | 2450.0 | ||||
3400.0 | 3410.0 | ||||
5650.0 | 5850.0 | ||||
10000.0 | 10500.0 | ||||
24000.0 | 24050.0 | P | |||
24050.0 | 24250.0 | S | |||
47000.0 | 47200.0 | P | |||
75500.0 | 76000.0 | ||||
76000.0 | 81000.0 | S | |||
142000.0 | 144000.0 | P | |||
144000.0 | 149000.0 | S | |||
241000.0 | 248000.0 | S | |||
248000.0 | 250000.0 | P | |||
N | 25 | 144.110 | 144.130 | P | A1A |
144.275 | 144.350 | A1A, J3E | |||
144.992 | 145.795 | A1A, F1A, F1B, F2A, F2B, F3E, G3E | |||
430.000 | 432.500 | P | A1A, F1A, F2A, F3E, G3E, J3E, F1B, F2B, G1B, G2B, F1D, F2D, G1D, G2D | ||
433.392 | 433.583 | F1A, F2A, F3E, G3E |
Mij bekend,
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.M. deVriesVoor de betekenis van de codering van de onderstaande tabel: zie Aanhangsel
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
a | 6765-6795 kHz 1 | 2 | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] |
b | 2 | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | |
c | 2 of 8 2 | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | |
d | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | ||
e | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | ||
f | 868.000-868.600 MHz 4 | 1 of 2 | 6 56 | 1 | 2 | |
g | 868.700-869.200 MHz | 1 of 2 | 1 | 1 | ||
i | 869.400 - 869.650 MHz | 1 of 2 | 6 7 | 1 | 3 | |
k | 869.700-870.000 MHz | 1 of 2 | 1 | 4 | ||
l | 8 8 | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | |
m | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | ||
n | 1 of 2 | 13 | 1 | [-] | ||
o | 1 of 2 | 13 | 2 | [-] | ||
p | 1 of 2 | 13 | 2 | [-] | ||
q | 1 of 2 | 13 | 2 | [-] |
Local Area Netwerken (RLANs)
Voor de betekenis van de codering: zie Aanhangsel
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
a | 2400 – 2483.5 MHz 6 | 11 12 | 1 of 2 | 13 3 | 1 | - |
High Performance Local Area Networks ( HIPERLANs)
Voor de betekenis van de codering van de onderstaande tabel: zie Aanhangsel.
Voor de betekenis van de codering: zie Aanhangsel.
Voor de betekenis van de codering: zie Aanhangsel.
Alarmering in het algemeen | ||||||
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
a | 868,60 - 868,70 MHz 1 | 8 2 | 1 of 2 | 6 | 1 | 1 |
b | 869,25 - 869,30 MHz | 1 of 2 | 6 | 1 | 1 | |
c | 869,65 - 869,70 MHz | 1 of 2 | 6 | 1 | 3 | |
Sociale Alarmering | ||||||
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
d | 869,20 - 869,25 MHz | 1 of 2 | 6 | 1 | 1 |
Voor de betekenis van de codering van de onderstaande tabellen: zie Aanhangsel
Beschikbaar in Nederland en in de meeste overige CEPT landen | ||||||
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
a | 26,995 27,045 27,095 27,145 27,195 MHz | 11 1 | 2 | 3 | 1 | - |
b | 34,995 - 35,225 MHz 2 | 2 | 3 | 1 | - | |
c | 40,665 40,675 40,685 40,695 MHz | 2 | 3 | 1 | - | |
Uitsluitend in Nederland toegewezen frequenties | ||||||
Frequentieband MHz | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
[d] | 30,085 30,095 30,105 30,115 30,185 30,195 | 2 | 3 | 2 | - | |
[e] | 40,715 40,725 40,735 40,765 40,775 40,785 40,815 40,825 40,835 40,865 40,875 40,885 40,915 40,925 40,935 40,965 40,975 40,985 | 2 | 3 | 2 | - |
Voor de betekenis van de codering van de onderstaande tabellen: zie Aanhangsel
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
a | 9 - 70 kHz | 3 | 1,2 of 3 2 2 | 13 | 1 | [-] |
b | 70 -119 kHz | 2 | 13 | 1 | [-] | |
c | 119 - 135 kHz | 3 | 13 | 1 | [-] | |
Het maximaal toegestane H - veld is in figuur 1 weergegeven. | ||||||
Frequentieband3 | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
d | 6765 - 6795 kHz | 2 | 13 | 1 | [-] | |
e | 7400 - 8800 kHz | 5 | 13 | 1 | [-] | |
f | 13,553 - 13,567 MHz | 2 | 13 | 1 | [-] | |
g | 26,957 - 27,283 MHz | 2 | 13 | 1 | [-] |
Voor de betekenis van de codering van de onderstaande tabel: zie Aanhangsel
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Bandbreedte | Duty- cycle | Modulatie |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 5) | |||
195-202 MHz | |||||
470-557 MHz | |||||
630-637 MHz | |||||
638-701 MHz | 10 1 | 1 of 2 2 | 200 kHz (-60dBc) | 4 | FM 3 |
702-790 MHz | |||||
806-814 MHz | |||||
814-846 MHz |
Voor de betekenis van de codering van de onderstaande tabel: zie Aanhangsel
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
d | 402 - 405 MHz | 5a 1 | 1 of 2 | 6 2 | 1 | - |
Voor de betekenis van de codering van de onderstaande tabel: zie Aanhangsel
Frequentieband | Vermogen | Antenne | Kanaal- afstand | Toelating | Duty- cycle | |
(Tabel 1) | (Tabel 2) | (Tabel 3) | (Tabel 4) | (Tabel 5) | ||
a | 863 - 865 MHz | 8 | 1 | 13 | 1 | 4 |
Tabel 1: Zendvermogen of veldsterkte | ||
Maximum zendvermogen | ||
1 | 7 dBµA/m op 10 meter afstand | |
2 | 42 dBµA/m op 10 meter afstand | |
3 | 3 | 72 dBµA/m op 10 meter afstand (vanaf 30 kHz met een afname van 3,5 dB/oktaaf) |
4 | 38 dBµA/m op 10 meter afstand (vanaf 135 kHz tot 4,78 MHz met een afname van 3,5 dB per oktaaf ) | |
5 | 9 dBµA/m op 10 meter afstand | |
5a | 25 µW 1 | |
6 | ||
7 | ||
7a | ||
8 | ||
9 | ||
10 | ||
11 | ||
12 | ||
13 | ||
14 | ||
15 | ||
16 |
Tabe 2: Antennesoort | ||
Soort zendantenne | ||
1 | 1 | Geïntegreerde antenne. (Apparaat en antenne vormen een geheel. Het apparaat bezit geen uitwendige antenne aansluiting.) |
2 | 2 | Voorgeschreven antenne. (Het apparaat bezit een externe antenne aansluiting. Gebruik van het apparaat is toegestaan in combinatie met een antenne van voorgeschreven type.) |
3 | 3 | Externe antenne. (Het apparaat bezit een externe antenne aansluiting. Gebruik van het apparaat is toegestaan in combinatie met ieder type antenne.) |
Tabel 3: Toegestane kanaalafstand | ||
Kanaalafstand | ||
1 | 5 kHz | |
2 | 6,25 kHz | |
3 | 10 kHz | |
4 | 12,5 kHz | |
5 | 20 kHz | |
6 | 25 kHz | |
7 | 50 kHz | |
8 | 75 kHz | |
9 | 100 kHz | |
10 | 150 kHz | |
11 | 200 kHz | |
12 | Andere kanaal afstand. | |
13 | Geen kanaal afstand. De toegewezen frequentieband mag in zijn geheel worden gebruikt |
Indien er een kanaalraster binnen een frequentieband van toepassing is, grenst het eerste kanaal aan de laagst genoemde frequentie.
De centrale frequentie van het eerste radiokanaal bevindt zich een half rasterkanaal hoger in frequentie.
Tabe 5 : Indeling naar uitzendtijd in verhouding tot een volle periodetijd (Duty cycle) | ||||
Waardering | Uitzendtijd in verhouding tot een volle periodetijd. (Time/Full cycle) | Uitleg: Voor het overgrote deel van de toepassingen is de ‘aan’ periode korter dan de ‘uit’ periode. Vaak duurt een enkele uitzending slechts enkele milliseconden. | ||
1 | 1 | Erg kort | < 0,1 % | Het totaal van de ‘aan ‘ perioden binnen een aaneengesloten tijd van 1000 seconden is gelijk aan, of minder dan 1 seconde. |
2 | 2 | Kort | < 1,0 % | Het totaal van de ‘aan ‘ perioden binnen een aaneengesloten tijd van 100 seconden is gelijk aan, of minder dan 1 seconde. |
3 | Lang | < 10 % | Het totaal van de ‘aan ‘ perioden binnen een aaneengesloten tijd van 100 seconden ligt tussen de 1 en 10 seconden. | |
4 | Erg lang | Tot en met 100 % | Normaal gesproken betreft het hier ‘continu’ uitzendingen . Ook uitzendingen waarbij de totale ‘aan’ periode, per 100 seconden, meer dan 10 seconden bedraagt, worden hierbij ingedeeld. | |
toepassing | frequentieband/werkfrequentie (MHz) | vermogen | kanaalafstand | antenne | modulatie | ||
koordloze telefoon | vast gedeelte | draagbaar gedeelte | kanaal nr | ||||
31,0375 | 39,9375 | 1 | 10 mW ERP | 25 kHz | geïntegreerd | fase- of frequentie modulatie (F3E en G3E) | |
31,0625 | 39,9625 | 2 | |||||
31,0875 | 39,9875 | 3 | |||||
31,1125 | 40,0125 | 4 | |||||
31,1375 | 40,0375 | 5 | |||||
31,1625 | 40,0625 | 6 | |||||
31,1875 | 40,0875 | 7 | |||||
31,2125 | 40,1125 | 8 | |||||
31,2375 | 40,1375 | 9 | |||||
31,2625 | 40,1625 | 10 | |||||
31,2875 | 40,1875 | 11 | |||||
31,3125 | 40,2125 | 12 | |||||
koordloze telefoon | vast gedeelte | draagbaar gedeelte | kanaal nr | ||||
914,0125 | 959,0125 | 1 | 10 mW ERP | 25 kHz | geïntegreerd of extern | fase- of frequentie modulatie (F3E en G3E) | |
914,0625 | 959,0375 | 2 | |||||
914,0375 | 959,0625 | 3 | |||||
| | | | | | |||||
914,9375 | 959,9375 | 38 | |||||
914,9625 | 959,9625 | 39 | |||||
914,9875 | 959,9875 | 40 | |||||
koordloze telefoon | werkfrequentie | kanaal nr | |||||
864,150 | 1 | 10 mW ERP | 100 kHz | geïntegreerd of extern | FDMA/TDD | ||
864,250 | 2 | ||||||
864,350 | 3 | ||||||
| | | | ||||||
867,850 | 38 | ||||||
867,950 | 39 | ||||||
868,050 | 40 | ||||||
koordloze telefoon | werkfrequentie | ||||||
1881,792 | 10 mW ERP | 1,728 MHz | geïntegreerd | TDMA/TDD | |||
1883,52 | |||||||
1885,248 | |||||||
1886,976 | |||||||
1888,704 | |||||||
1890,432 | |||||||
1892,16 | |||||||
1893,888 | |||||||
1895,616 | |||||||
1897,344 |
CB-apparatuur (artikel 8, eerste lid, onderdeel c) | ||||||
CB- apparatuur | werk- frequentie | kanaal nr. | vermogen | kanaal- afstand | antenne | modulatie |
26,965 | 1 | 4 Watt | 10 kHz | geïntegreerd of extern | FM, AM | |
26,975 | 2 | |||||
26,985 | 3 | |||||
27,005 | 4 | |||||
27,015 | 5 | |||||
27,025 | 6 | |||||
27,035 | 7 | |||||
27,055 | 8 | |||||
27,065 | 9 | |||||
27,075 | 10 | |||||
27,085 | 11 | |||||
27,105 | 12 | |||||
27,115 | 13 | |||||
27,125 | 14 | |||||
27,135 | 15 | |||||
27,155 | 16 | |||||
27,165 | 17 | |||||
27,175 | 18 | |||||
27,185 | 19 | |||||
27,205 | 20 | |||||
27,2150 | 21 | |||||
27,2250 | 22 | |||||
27,2350 | 23 | |||||
27,2450 | 24 | |||||
27,2550 | 25 | |||||
27,2650 | 26 | |||||
27,2750 | 27 | |||||
27,2850 | 28 | |||||
27,2950 | 29 | |||||
27,3050 | 30 | |||||
27,3150 | 31 | |||||
27,3250 | 32 | |||||
27,3350 | 33 | |||||
27,3450 | 34 | |||||
27,3550 | 35 | |||||
27,3650 | 36 | |||||
27,3750 | 37 | |||||
27,3850 | 38 | |||||
27,3950 | 39 | |||||
27,4050 | 40 |
PMR 446-apparatuur (artikel 8, eerste lid, onderdeel f) | ||||||
PMR 446 apparatuur | ||||||
446,00625 | 500mW ERP | 12,5 kHz | geïntegreerd | fase- of frequentie modulatie (F3 en G3) | ||
446,01875 | ||||||
446,03125 | ||||||
446,04375 | ||||||
446,05625 | ||||||
446,06875 | ||||||
446,08125 | ||||||
446,09375 |