U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-05-2004.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffenRegeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, en op de artikelen 2 en 5, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 en 2, die ter inzage worden gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

Met voorwaardelijk tot het vervoer over de binnenwateren toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 1 mogen de handelingen, bedoeld in artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.

Indien de Minister ingevolge artikel 3, eerste lid, van het ADNR, tijdelijke voorschriften vaststelt, gelden deze voorschriften eveneens voor de overige Nederlandse binnenwateren.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De bepalingen van deze bijlage zijn van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen over de Nederlandse binnenwateren en hebben voorrang boven de bepalingen van bijlage 1.

De volgende N-bepalingen zijn een aanvulling op, dan wel een afwijking van de overeenkomstige bepaling in bijlage 1.

Vluchtwegen 1.4.2.3.1. d)/1.4.3.3. p) N

Tankschepen die laden en lossen op andere binnenwateren dan de Rijn, de Waal en de Lek, kunnen volstaan met één geschikt middel op het voor- of achterschip buiten de ladingzone, om het schip, ook in noodgevallen, te verlaten.

Controlelijst 7.2.4.10/8.6.3 N

Voorafgaand aan het laden en lossen van tankschepen op andere binnenwateren dan de Rijn, de Waal en de Lek, mogen de schipper of de door hem met de verantwoording belaste persoon aan boord en de verantwoordelijke persoon aan de walinstallatie vraag vier van de controlelijst ook bevestigend beantwoorden indien er één geschikt middel op het voor- of achterschip buiten de ladingzone, aanwezig is, om het schip, ook in noodgevallen, te betreden of te verlaten.

Laad en Losleidingen 7.2.4.25.5 N

Het bij het laden naar buiten treden van de gas/luchtmengsels van de stoffen vindt aan de walzijde op een zodanige locatie ten opzichte van het schip plaats en wordt zo uitgevoerd, dat geen gevaar of schade kan ontstaan voor de schepen en de bemanning ervan. De opening naar de atmosfeer is voorzien van een inrichting die vlaminslag voorkomt.

Op het vervoer van gevaarlijke stoffen op de Westerschelde en haar mondingen, op het Kanaal van Gent naar Terneuzen en in de buitenvoorhavens te Terneuzen, op de Eems en op de Dollard zijn de voorschriften bij of krachtens de artikelen 3.14, 3.21, 3.32, 4.04, 6.28, negende en tiende lid, 7.06 en 7.08, eerste lid van het Binnenvaartpolitiereglement van overeenkomstige toepassing.

Bevoegde autoriteiten in bijlage 1 bij het Protocol bij het ADNR zijn op basis van:

In de onderstaande tabel 1 zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1 voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.