U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffenRegeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, en op de artikelen 2 en 5, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 en 2, die ter inzage worden gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

Indien de Minister ingevolge artikel 3, eerste lid, van het ADNR, tijdelijke voorschriften vaststelt, gelden deze voorschriften eveneens voor de overige Nederlandse binnenwateren.

Vervallen

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat te Den Haag.

Ligt ter inzage bij het het Ministerie van Verkeer en Waterstaat te Den Haag.

De bepalingen van deze bijlage zijn van toepassing op elk vervoer van gevaarlijke stoffen over de Aktewateren en de binnenwateren en hebben voorrang boven de bepalingen van bijlage 1 respectievelijk bijlage 1a.

In afwijking van randnummer 7.2.4.25.5 van bijlage 1 en randnummer 7.2.4.25.5 van bijlage 1a vindt het bij het laden naar buiten treden van de gas/luchtmengsels van de stoffen aan de walzijde op een zodanige locatie ten opzichte van het schip plaats en wordt zo uitgevoerd, dat geen gevaar of schade kan ontstaan voor de schepen en de bemanning ervan. De opening naar de atmosfeer is voorzien van een inrichting die vlaminslag voorkomt.

Op het vervoer van gevaarlijke stoffen op de Westerschelde en haar mondingen, op het Kanaal van Gent naar Terneuzen en in de buitenvoorhavens te Terneuzen, op de Eems en op de Dollard zijn de voorschriften bij of krachtens de artikelen 3.14, 3.21, 3.32, 4.04 en 6.28, negende en tiende lid van het Binnenvaartpolitiereglement van overeenkomstige toepassing.

De randnummers 7.1.5.1.1 en 7.1.5.1.2. van bijlage 1 zijn ook van toepassing op het vervoer met duwstellen of gekoppelde samenstellen op de binnenwateren.

Bevoegde autoriteiten in bijlage 1 bij het Protocol bij het ADNR zijn op basis van:

In de onderstaande tabel zijn de bevoegde autoriteiten opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde nummers van bijlage 1 respectievelijk bijlage 1a, voor zover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse bevoegde autoriteiten.