U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffenRegeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, en op de artikelen 2 en 5, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 en 2, die ter inzage worden gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

Met voorwaardelijk tot het vervoer over de binnenwateren toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 1a mogen de handelingen, bedoeld in artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.

Vervallen

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat te Den Haag.

De bepalingen van deze bijlage zijn van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren en hebben voorrang boven de bepalingen van bijlage 1a.

In aanvulling op randnummer 7.2.4.25.5 van bijlage 1a vindt het bij het laden naar buiten treden van de gas/luchtmengsels van de stoffen aan de walzijde op een zodanige locatie ten opzichte van het schip plaats en wordt zo uitgevoerd, dat geen gevaar of schade kan ontstaan voor de schepen en de bemanning ervan. De opening naar de atmosfeer is voorzien van een inrichting die vlaminslag voorkomt.

Op het vervoer van gevaarlijke stoffen op de Westerschelde en haar mondingen, op het Kanaal van Gent naar Terneuzen en in de buitenvoorhavens te Terneuzen, op de Eems en op de Dollard zijn de voorschriften bij of krachtens de artikelen 3.14, 3.21, 3.32, 4.04 en 6.28, negende en tiende lid van het Binnenvaartpolitiereglement van overeenkomstige toepassing.

De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van bijlage 1a gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.

In geval het vervoer van gevaarlijke stoffen uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt, is het toegestaan dat de voorgeschreven aanduidingen van het in randnummer 5.4.1.4 van bijlage 1a bedoelde vervoerdocument uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.

In de onderstaande tabel zijn de erkende instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1a voor zover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.