Ministeriële regeling · BWBR0010115
Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen
Gelet op artikel 26, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, en op de artikelen 2 en 5, derde lid, van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1 en 2, die ter inzage worden gelegd bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nieuwe Uitleg 1 te Den Haag.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.NetelenbosIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
- b.
bevoegde autoriteit:
- 1°.
Minister,
- 2°.
een in bijlage 4 bij deze regeling erkende instantie, of
- 3°.
een met toepassing van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen erkende instantie;
- 1°.
- c.
ADN: Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de Navigation (ADN).
De in bijlage 1 opgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op de bijlagen 2, 3 en 4, voor zover daarin niet anders is bepaald.
Bij deze regeling behoren de volgende bijlagen:
- a.
bijlage 1: voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren, zijnde de Nederlandse vertaling van het ADN en de daarvan deel uitmakende bijlagen;
- b.
bijlage 2: Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;
- c.
- d.
bijlage 4: erkende instanties, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, 2°.
De bijlagen 1 en 2 zijn niet van toepassing op handelingen, genoemd in artikel 3B.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit.
Met voorwaardelijk tot het vervoer over de binnenwateren toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 1 mogen de handelingen, bedoeld in artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.
Vervallen
Met de in de bij deze regeling behorende bijlagen 1 tot en met 3 vastgestelde technische normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, vastgesteld door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Met de in de bij deze regeling behorende bijlagen 1 tot en met 3 geëiste typegoedkeuringen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige typegoedkeuringen, geëist door of vanwege een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Vervallen
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Vervallen
De bepalingen van deze bijlage zijn van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren en hebben voorrang boven de bepalingen van bijlage 1.
Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van bijlage 1, die door Nederland zijn ondertekend.
Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomsten worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen.
Vervallen.
Het is verboden stofnummer 9000, Ammoniak, watervrij, sterk gekoeld, Klasse 2, 3TC, of brandbare gassen van de Klasse 2 te vervoeren met tankschepen langs Dordrecht, Zwijndrecht of Papendrecht, anders dan over de Dordtse Kil.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
- a.
tankschepen die minder dan 25 ton vervoeren;
- b.
tankschepen die volledig voldoen aan randnummer 9.3.1.11.2 van het ADN conform het Certificaat van Goedkeuring, of
- c.
vervoer uitsluitend tussen de Volkeraksluizen en Amsterdam, mits het betrokken schip zich ten minste één uur voor het opvaren van de Oude Maas meldt bij de Regionale Verkeerscentrale Dordrecht.
Op het vervoer van gevaarlijke stoffen op de Westerschelde en haar mondingen, op het Kanaal van Gent naar Terneuzen en in de buitenvoorhavens te Terneuzen, op de Eems en op de Dollard zijn de voorschriften bij of krachtens de artikelen 3.14, 3.21, 3.32, 4.04 en 6.28, negende en tiende lid van het Binnenvaartpolitiereglement van overeenkomstige toepassing.
Duwstellen, waarvan de afmetingen 195 bij 24 meter overschrijden, mogen geen tankschepen bevatten, die gevaarlijke goederen vervoeren of niet ontgast zijn.
Stoffen of voorwerpen, bedoeld in randnummer 7.1.5.1.2 van bijlage 1 mogen slechts dan met duwstellen of gekoppelde samenstellen worden vervoerd indien de afmetingen ervan niet groter zijn dan 195 bij 24 meter. Tijdelijk voorspan is echter toegestaan.
De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van bijlage 1 gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.
In geval het vervoer van gevaarlijke stoffen uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt, is het toegestaan dat de documenten die op basis van het ADN verplicht aan boord moeten worden meegevoerd, uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal.
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van bijlage 1 zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
In de onderstaande tabel zijn de erkende instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1 voor zover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
Randnummer | Instanties |
1.2.1 Monstername | ILT |
1.2.1 Opleiding | CBR |
1.2.1 Onderzoeksinstantie | ILT |
1.2.1 Openingsdruk | ILT |
1.3.3 Documentatie | ILT |
1.5.3.1; 1.5.3.2; 1.6.7.2.2 | ILT |
1.7.4 | Autoriteit |
1.8.1.1; 1.8.1.2 | ILT |
1.8.1.3 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
1.8.1.4.3; 1.8.3.3; 1.8.3.5 | ILT |
1.8.3.7; 1.8.3.8; 1.8.3.10; 1.8.3.12; 1.8.3.14; 1.8.3.16 | CBR |
1.8.5.1; 1.8.5.3; 1.8.5.4 | ILT |
1.10.1.6 | CBR |
1.10.2.4, eerste volzin | ILT |
1.10.3.2.2, Opmerking | politie |
1.15.2.1; 1.15.4.3 | ILT |
1.16.1.3 | ILT |
1.16.1.4.3 | ILT |
1.16.2 | ILT |
1.16.3 | ILT |
1.16.5 | ILT |
1.16.6 | ILT |
1.16.10 | ILT |
1.16.11 | ILT |
1.16.13 | ILT |
1.16.14 | ILT |
1.16.15 | ILT |
2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit in het Handboek beproevingen en criteria | TNO |
2.2.1.1.3 | TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie |
2.2.1.1.7.2 | TNO |
2.2.1.1.8.1, 2.2.1.1.8.2, 2.2.1.1.9.1 | TNO |
2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190 | TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie |
2.2.2.1.5 | ILT |
2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit genoemd in het Handboek beproevingen en criteria, 2.2.41.13 | TNO |
2.2.51.1 en 2.2.52.1, beide voor zover het betreft de autoriteit genoemd in het Handboek beproevingen en criteria | TNO |
2.2.51.2.2 | TNO |
2.2.52.1.8 | TNO |
2.2.62.1.9, Opmerking; 2.2.62.1.12 | EZ of VWS |
2.2.9.1.7 | ILT |
3.1.2.6 | ILT |
3.2.3.1, kolom 20, Extra eisen of Aantekeningen 12 o) en 12 p) | ILT |
3.2.3.1, kolom 20, Extra eisen of Aantekeningen 28 b) | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
3.3.1, bijzondere bepaling 16 en 178 | TNO of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie |
3.3.1, bijzondere bepaling 181 en 237 | TNO |
3.3.1, bijzondere bepaling 239 | ILT |
3.3.1, bijzondere bepaling 266, 271, 272 en 278 | TNO |
3.3.1, bijzondere bepaling 283 | ILT |
3.3.1, bijzondere bepaling 288, 307, 309 en 311 | TNO |
3.3.1, bijzondere bepaling 356 en 376 | ILT |
3.3.1, bijzondere bepaling 364 | TNO |
3.3.1, bijzondere bepaling 636, Opmerking | ILT |
3.3.1, bijzondere bepaling 645 | TNO |
3.3.1, bijzondere bepaling 662, 666 en 670 | ILT |
5.1.5 | Autoriteit |
5.2.2.1.9; 5.4.1.2.1 | TNO |
5.4.1.1.1 h) | ILT |
6.4 | Autoriteit |
7.1.3.51.8 en 7.1.4.7 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.1.4.77 | ILT |
7.1.4.8 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.1.4.9 | ILT |
7.1.4.16 | ILT |
7.1.5.1 | ILT |
7.1.5.4.2 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.1.5.4.3; 7.1.5.4.4; 7.1.5.5; 7.1.6.14 voor HA03 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.2.3.7.1.1; 7.2.3.7.1.2; 7.2.3.7.1.3 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.2.3.7.2.1 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.2.3.7.2.2 | ILT |
7.2.4.2.4 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.2.4.7.1 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
7.2.4.77 | ILT |
7.2.4.9 | ILT |
7.2.4.24; 7.2.5.4.2; 7.2.5.4.3; 7.2.5.4.4; 7.2.5.1 | In havens: havenmeester Buiten havens: HID-RWS |
8.1.2.2; 8.1.2.3; 8.1.2.6; 8.1.2.7; 8.1.6.1; 8.1.6.2; 8.1.7 | ILT |
8.2.1.2; 8.2.1.3; 8.2.1.4; 8.2.1.5; 8.2.1.6; 8.2.1.7; 8.2.1.8 | CBR |
8.2.1.9; 8.2.1.10 | ILT |
8.2.2.6.1; 8.2.2.6.4; 8.2.2.6.5; 8.2.2.6.7; 8.2.2.7; 8.2.2.8 | CBR |
8.3.5 | ILT |
8.6.3; 8.6.4 | ILT |
9.1.0.1; 9.1.0.40.2.7; 9.2.0.94.4 | ILT |
9.3.1.1; 9.3.1.8.4; 9.3.1.23.1; 9.3.1.40.2.7 | ILT |
9.3.2.1; 9.3.2.8.4; 9.3.2.23.5; 9.3.2.40.2.7 | ILT |
9.3.3.1; 9.3.3.8.4; 9.3.3.23.5; 9.3.3.40.2.7 | ILT |
9.3.4.1.4; 9.3.4.1.5 | ILT |
- 1.
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Autoriteit: Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet;
CBR: Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;
Defensie: Minister van Defensie;
dyslexieverklaring: verklaring waarin dyslexie is vastgesteld volgens de criteria voor onderkenning en verklaring van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN, 2008);
EZ: Minister van Economische Zaken;
HID-RWS: Minister, namens deze de betrokken hoofdingenieur-directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat;
ILT: Minister, namens deze de Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport;
politie: het landelijke politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;
TNO: Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;
VWS: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
- 1.
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a.
overeenstemming vooraf: het CBR doet schriftelijk een voorstel aan de Minister, die, indien akkoord, instemt;
- b.
informatie achteraf: het CBR informeert schriftelijk achteraf de Minister door toezending van een jaarlijks verslag, houdende:
- 1°.
aantallen examens;
- 2°.
aantallen geslaagden aan wie een verklaring als bedoeld in bijlage 1 is verstrekt; en
- 3°.
een evaluatie van het in onderdeel a en b genoemde.
- 1°.
- a.
- 2.
Bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 1 van deze bijlage, geeft het CBR toepassing aan tabel 2.
Tabel 2 Specifieke bevoegdheden CBR
Nummer ADN
Bevoegdheid van CBR
Overeenstemming vooraf
Informatie achteraf
8.2.1.2
Afgifte verklaring deskundige
X
8.2.1.6
Aantekening herhalingscursus deskundige
X
8.2.1.4 of
8.2.1.5
Aantekening vervolgcursus Gas of Chemie
X
8.2.1.7 of
8.2.1.8
Aantekening verlenging Gas of Chemie
X
8.2.2.6
Erkenning opleidingen:
– vaststellen erkenningsrichtlijn
X
– feitelijke erkenning opleidingen
X
8.2.2.7
Vaststellen verloop van de examens:
– opstellen examenreglement
X
– benoeming examencommissie
X
Vaststellen inhoud van de examens:
– vaststellen nationale examenprogramma
X
- 1.
Het CBR kan toestaan dat een examenkandidaat die een stoornis heeft die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal, het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. Voor die gevallen bepaalt het CBR middels het examenreglement de wijze waarop het examen kan worden aangevraagd en hoe het examen zal worden afgelegd.
- 2.
Een examenkandidaat die gebruik wil maken van de in het eerste lid geboden mogelijkheid voegt bij de aanvraag een medische verklaring van een specialist of een dyslexieverklaring.
- 3.
De aanpassing voor examenkandidaten met een stoornis als bedoeld in het eerste lid kan in ieder geval bestaan uit een verlenging van de duur van het examen met ten hoogste 30 minuten.