Ministeriële regeling · BWBR0010140
Regeling vaststelling aanvraagperioden 1999 EG-premies ooien, stieren en ossen
Gelet op artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.BrinkhorstAls perioden als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend, worden voor 1999 de volgende perioden vastgesteld:
- 1.
voor het aanvragen van specifieke premierechten voor ooien, bedoeld in artikel 3.5.a van de Regeling dierlijke EG-premies: het tijdvak van 4 januari 1999 tot en met 1 maart 1999;
- 2.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, voor ooien: het tijdvak van 4 januari 1999 tot en met 4 februari 1999;
- 3.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, voor stieren en ossen:
- a.
het tijdvak van 1 februari 1999 tot en met 28 februari 1999;
- b.
het tijdvak van 1 mei 1999 tot en met 31 mei 1999;
- c.
het tijdvak van 1 augustus 1999 tot en met 31 augustus 1999;
- d.
het tijdvak van 13 oktober 1999 tot en met 12 november 1999.
- a.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling aanvraagperioden 1999 EG-premies ooien, stieren en ossen.