U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2004.

ZBO-regeling · BWBR0010194

Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999

Wijzigingen Officiële bron
Nadere regeling van 1 september 2002 houdende uitvoering van de artikelen 2, 7, 12, 13, 16, 17, 23, 24, 24a, 24b, 24c, 25, 28, 29, 30, 34, 35, 36, 38, 39, 40, 41, 43 en 44 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002De Stichting Toezicht Effectenverkeer;

Gelet op de artikelen 2, 7, 12, 13, 15, 16, 17, 23, 24, 25, 28, 29, 30, 34, 35, 36, 38, 39, 40, 41, 43 en 44 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995;

Besluit:

Amsterdam7 januari 1999voorzitterF.J.Loudonvice-voorzitterJ. I. vanPraag Sigaar

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het prospectus bevat, voorafgaand aan de gegevens die ingevolge het besluit zijn vereist, een samenvatting van de kerngegevens. In deze samenvatting zijn, voorzover van toepassing, tenminste gegevens opgenomen betreffende:

Voor zover de opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag niet geschiedt overeenkomstig titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de overeenkomstige voorschriften van de vierde en zevende EG richtlijn vennootschapsrecht inzake de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, geeft de uitgevende instelling in een aanvullend document op de jaarrekening een toelichting op de gehanteerde waarderingsgrondslagen en op de omschrijving van de posten in de jaarrekening voorzover in de jaarrekening zelf niet een zodanige toelichting is opgenomen. Dit document wordt gevoegd bij de jaarrekening.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 1 of 8a, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen indien:

Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 2 of 8b, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:

Een effecteninstelling die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 4, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen, indien wordt voorzien in een regeling krachtens welke de in artikel 1, onder h, sub 4, bedoelde rekening en de voor de cliënt aangehouden geldrekening worden beheerd door een effectengiro die voldoet aan de volgende voorwaarden:

Een effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat creditering of debitering van de bij de kredietinstelling aangehouden effectenrekening van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de effectennota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt en:

Teneinde te voldoen aan het vereiste als bedoeld in artikel 12, kan de effecteninstelling andere regelingen treffen dan de regelingen als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17. Deze regelingen behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Autoriteit Financiële Markten.

Indien door het combineren van activiteiten in een effecteninstelling, of in een groep waarvan een effecteninstelling deel uitmaakt:

Een effecteninstelling mag een ieder voor wie de effecteninstelling nog geen effectentransactie heeft verricht of die uit andere hoofde nog geen cliënt is van de effecteninstelling, telefonisch of in persoon alleen (doen) benaderen, indien:

Een effecteninstelling handelt klachten van cliënten op adequate wijze en binnen een redelijke termijn af.

De informatie die door de effecteninstelling dient te worden verstrekt ingevolge het gestelde bij of krachtens het besluit, dient tijdig en in zodanige vorm te worden verstrekt dat de betekenis en de draagwijdte daarvan redelijkerwijs kunnen worden onderkend.

Een effecteninstelling draagt zorg voor het toezicht op de naleving van de maatregelen als bedoeld in artikel 19, alsmede voor het toezicht op de naleving van de krachtens de artikelen 22 en 23 vereiste gedragscodes inzake koersgevoelige informatie en privé beleggingstransacties en de sanctionering er van.

Een effecteninstelling onthoudt zich met betrekking tot een effecteninstelling die

van de volgende rechtshandelingen:

Vervallen

De Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1995 van 18 december 1995, Stcrt. 250, wordt ingetrokken.

Deze regeling kan worden aangehaald als 'Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002'.

Vervallen

Vervallen

In deze bijlage wordt – voorzover niet anders is bepaald – verstaan onder:

1. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met alle beschikbare informatie over cliënten.

2. Er mag nooit een verband bestaan tussen effectentransacties van de medewerker en die van cliënten.

3. De medewerker dient zich te onthouden van elk gebruik van koersgevoelige informatie, alsmede iedere vermenging van zakelijke en privé-belangen, respectievelijk de redelijkerwijs voorzienbare schijn daarvan, te vermijden.

4. Een informatievoorsprong waarover de medewerker uit hoofde van zijn functie of anderszins beschikt, mag nooit worden gebruikt voor het trachten te behalen van een persoonlijk voordeel. Dit geldt niet alleen voor effectentransacties maar ook voor andere soorten transacties, zoals bijvoorbeeld in onroerende zaken, vreemde valuta of edele metalen.

5. De medewerker dient terughoudendheid te betrachten bij effectentransacties, waarbij hij zich dient te onthouden van effectentransacties die als excessief of in hoge mate speculatief kunnen worden aangemerkt.

6. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met beschikbare informatie uit de zakelijke sfeer. Deze informatie dient gescheiden te blijven van zijn of haar privé-sfeer.

7. De medewerker dient te voorkomen dat hij privé zo nauw betrokken raakt bij een relatie van de instelling, dat gevaar bestaat voor gebruik van voorkennis of een ongewenste vermenging van zakelijke en privé-belangen.

1. Indien de medewerker over koersgevoelige informatie beschikt mag deze informatie uitsluitend worden gebruikt voor een goede taakuitvoering van de medewerker en mag de medewerker zelf geen daarmee in verband staande effectentransacties verrichten.

2. Het is de medewerker niet toegestaan binnen vierentwintig uur na het geven van een opdracht voor een effectentransactie of de uitvoering van deze opdracht, een opdracht te geven voor een aan deze order tegengestelde effectentransactie, met betrekking tot effecten van hetzelfde fonds of aan dat fonds gerelateerde effecten.

3. Het is de medewerker niet toegestaan een effectentransactie te verrichten naar aanleiding van of vooruitlopend op effectenorders van cliënten of van de instelling waar de medewerker werkzaam is.

4. Het is de medewerker niet toegestaan een effectentransactie te verrichten in effecten als bedoeld in artikel 46, eerste lid onder a en b, van de wet waarover hij kennis draagt door middel van een nog niet gepubliceerde analyse.

5. Tenzij een zorgvuldige uitoefening van zijn functie zulks vereist of wettelijk daartoe verplicht, is het de medewerker niet toegestaan op welke wijze dan ook, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, koersgevoelige informatie aan anderen te verstrekken of daaromtrent te doen blijken.

6. De medewerker die betrokken is bij de activiteiten van het effectenbedrijf betreffende de verplichting om voortdurend bied- en laatprijzen af te geven dan wel anderszins een markt te onderhouden en uit hoofde daarvan beschikt over specifieke informatie betreffende de handel in bepaalde effecten, geldt dat hij in die effecten slechts mag handelen met een beleggingsoogmerk, waarbij de beleggingstermijn minimaal drie maanden bedraagt.

1. Het is de insider niet toegestaan een effectentransactie te verrichten, indien daardoor redelijkerwijs de schijn kan worden gewekt dat hij daarbij beschikte of kon beschikken over koersgevoelige informatie.

2. Het is de insider, die werkzaam is bij de organisatorische eenheid van de effecteninstelling die een functie vervult bij een emissie of beursintroductie of anderszins uit hoofde van zijn functie daarbij betrokken is, niet toegestaan in te schrijven op die emissies of beursintroducties. Dit geldt niet voor het inschrijven bij uitoefening van het claimrecht bij claimemissies.

3. De insider, niet zijnde de insider als bedoeld in 3.4.2, die inschrijft op openbare emissies of beursintroducties waarbij de effecteninstelling waar hij werkzaam is een functie bij de emissie of beursintroductie vervult, mag de op deze wijze verkregen effecten niet eerder verkopen dan nadat zes maanden zijn verstreken na de stortingsdatum. Dit geldt niet voor effecten verkregen via het uitoefenen van een claimrecht.

4. De insider is gehouden te bewerkstelligen dat de lasthebbers en vermogensbeheerders als bedoeld in 3.1, onder e, sub iv, een verklaring afgeven dat zij bij het verrichten van effectentransacties ten behoeve van de insider zich binden aan de voor de insider geldende bepalingen. Het toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig 3.7.1.

5. Naast de plicht tot geheimhouding als bedoeld in 3.3.5, is de insider verplicht naar zijn beste vermogen te bevorderen dat door de met hem gelieerde derden geen effectentransacties worden verricht die strijdig zijn met deze bijlage.

1. De insider mag voor het verrichten van effectentransacties uitsluitend gebruik maken van de effectendiensten van de instelling waar hij werkzaam is.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de insider een schriftelijke beheerovereenkomst heeft afgesloten en voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

3. 3.5.1 is eveneens niet van toepassing indien:

4. Voor zover door de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan daartoe gemachtigd, is de toezichthouder bevoegd aan de insider op bijzondere grond toestemming te verlenen om in afwijking van 3.5.1 tot en met 3.5.3 effectentransacties te verrichten. De toezichthouder stelt, met inachtneming van 3.6.1, de voorwaarden vast waaronder de toestemming aan de insider wordt verleend. Het verlenen van toestemming wordt door de toezichthouder vastgelegd onder vermelding van de hieraan ten grondslag liggende reden.

1. De medewerker onderschrijft dat de toezichthouder bevoegd is een onderzoek in te (doen) stellen met betrekking tot enige effectentransactie verricht door, in opdracht van of ten behoeve van de medewerker door tussenkomst van de effecteninstelling waar hij werkzaam is of van een andere effecteninstelling, beleggingsinstelling, gelieerde of andere derde.

2. De toezichthouder is bevoegd over de uitkomst van dit onderzoek schriftelijk te rapporteren aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de effecteninstelling met gelijktijdige informatie aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. Alvorens de toezichthouder schriftelijk rapporteert over de uitkomst van het onderzoek dient de medewerker gelegenheid te hebben gehad te reageren op de uitkomst van het onderzoek.

De medewerker wordt door de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de uitkomst van het onderzoek in kennis gesteld.

3. De medewerker is in het kader van de strikte naleving van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, gehouden desgevraagd alle informatie met betrekking tot een door hem of ten behoeve van hem verrichte effectentransactie aan de toezichthouder te verstrekken.

4. De medewerker is verplicht desgevraagd opdracht te geven aan de instelling waar hij werkzaam is, een andere instelling, lasthebber, beleggingsinstelling of andere derde alle informatie omtrent enige ten behoeve van hem of in zijn opdracht verrichte effectentransactie aan de toezichthouder te verstrekken.

1. De insider, met uitzondering van de insider waarop 3.5.2 en 3.5.3 van toepassing is, meldt onverwijld iedere door hem verrichte effectentransactie aan de toezichthouder. De toezichthouder controleert of de effectentransactie aan de toepasselijke regels, voorschriften en aanwijzingen voldoet. De toezichthouder, als bedoeld in 3.1, onder d, sub i, rapporteert zijn bevindingen rechtstreeks aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. De toezichthouder, genoemd in 3.1, onder d, sub ii, rapporteert rechtstreeks aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht dan wel aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan bij het ontbreken van eerstgenoemde organen.

2. De insider is verplicht zich binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid in te spannen opdat met hem gelieerde derden op eerste verzoek van de toezichthouder indien deze daartoe aanleiding heeft, alle informatie (doen) verstrekken omtrent enige door hen verrichte effectentransactie.

Handelen door de medewerker in strijd met deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement wordt beschouwd als een ernstige inbreuk op het vertrouwen dat de effecteninstelling als werkgever in de medewerker moet kunnen stellen en kan op grond daarvan leiden tot een passende sanctie door het daartoe bevoegde orgaan, waaronder het ongedaan maken van het door de medewerker behaalde voordeel, overplaatsing, schorsing, andere disciplinaire of arbeidsrechtelijke maatregelen, ontslag op staande voet daarvan niet uitgezonderd.

Indien de medewerker twijfelt omtrent de uitleg of de toepassing van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, is hij gehouden het advies van de toezichthouder in te winnen. De toezichthouder is bevoegd een voor de medewerker bindende uitspraak te doen, behoudens bezwaar. Tegen de uitspraak van de toezichthouder kan de medewerker bezwaar maken bij de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan of een door deze aan te wijzen beroepsorgaan. Het maken van bezwaar heeft geen schorsende werking ten aanzien van de uitspraak van de toezichthouder.

In deze bijlage wordt - voor zover niet anders is bepaald - verstaan onder:

1. Er mag nooit een verband bestaan tussen effectentransacties die de financiële marktpartij tot stand brengt of doet komen en een privé effectentransactie van de medewerker.

2. De medewerker dient zich te onthouden van elk gebruik van koersgevoelige informatie, alsmede iedere vermenging van zakelijke en privé-belangen, respectievelijk de redelijkerwijs voorzienbare schijn daarvan, te vermijden.

3. Een informatievoorsprong waarover de medewerker uit hoofde van zijn functie of anderszins beschikt, mag nooit worden gebruikt voor het trachten te behalen van een persoonlijk voordeel door middel van privé effectentransacties.

4. De medewerker dient terughoudendheid te betrachten bij privé effectentransacties, waarbij hij zich dient te onthouden van privé effectentransacties die als excessief of in hoge mate speculatief kunnen worden aangemerkt.

5. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met beschikbare informatie uit de zakelijke sfeer. Deze informatie dient gescheiden te blijven van zijn privé-sfeer.

6. De medewerker dient te voorkomen dat hij privé zo nauw betrokken raakt bij een relatie van de financiële marktpartij, dat gevaar bestaat voor gebruik van voorkennis of een ongewenste vermenging van zakelijke en privé-belangen.

1. Indien de medewerker over koersgevoelige informatie beschikt mag deze informatie uitsluitend worden gebruikt voor een goede taakuitvoering van de medewerker en mag de medewerker zelf geen daarmee in verband staande privé effectentransacties verrichten.

2. Het is de medewerker niet toegestaan binnen vierentwintig uur na het geven van een opdracht voor een privé effectentransactie of de uitvoering van deze opdracht, een opdracht te geven voor een aan deze order tegengestelde privé effectentransactie, met betrekking tot effecten van hetzelfde fonds of aan dat fonds gerelateerde effecten.

3. Het is de medewerker niet toegestaan een privé effectentransactie te verrichten naar aanleiding van of vooruitlopend op effectenorders van de financiële marktpartij waar de medewerker werkzaam is.

4. Het is de medewerker niet toegestaan een privé effectentransactie te verrichten in effecten als bedoeld in artikel 46, eerste lid onder a en b, van de wet waarover hij kennis draagt door middel van een nog niet gepubliceerde analyse.

5. Tenzij een zorgvuldige uitoefening van zijn functie zulks vereist of wettelijk daartoe verplicht, is het de medewerker niet toegestaan op welke wijze dan ook, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, koersgevoelige informatie aan anderen te verstrekken of daaromtrent te doen blijken.

1. Het is de insider niet toegestaan een privé effectentransactie te verrichten, indien daardoor redelijkerwijs de schijn kan worden gewekt dat hij daarbij beschikte of kon beschikken over koersgevoelige informatie.

2. De insider is gehouden te bewerkstelligen dat de lasthebbers en vermogensbeheerders als bedoeld in 3a.1, onder e, sub iv, een verklaring afgeven dat zij bij het verrichten van privé effectentransacties ten behoeve van de insider zich binden aan de voor de insider geldende bepalingen. Het toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig 3a.7.1.

3. Naast de plicht tot geheimhouding als bedoeld in 3a.3.5, is de insider verplicht naar zijn beste vermogen te bevorderen dat door de met hem gelieerde derden geen privé effectentransacties worden verricht die strijdig zijn met deze bijlage.

1. De insider dient aan degene die voor hem of ten behoeve van hem een privé effectentransactie heeft uitgevoerd de opdracht te geven om de interne toezichthouder daaromtrent onverwijld in te lichten door middel van het toezenden van een afschrift van de desbetreffende privé effectentransactie.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:

1. De medewerker onderschrijft dat de interne toezichthouder bevoegd is een onderzoek in te (doen) stellen met betrekking tot enige effectentransactie verricht door, in opdracht van of ten behoeve van de medewerker.

2. De interne toezichthouder is bevoegd over de uitkomst van dit onderzoek schriftelijk te rapporteren aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de financiële marktpartij met gelijktijdige informatie aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. Alvorens de interne toezichthouder schriftelijk rapporteert over de uitkomst van het onderzoek dient de medewerker gelegenheid te hebben gehad te reageren op de uitkomst van het onderzoek.

De medewerker wordt door de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan, respectievelijk de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht van de uitkomst van het onderzoek in kennis gesteld.

3. De medewerker is in het kader van de strikte naleving van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, gehouden desgevraagd alle informatie met betrekking tot een door hem of ten behoeve van hem verrichte privé effectentransactie aan de interne toezichthouder te verstrekken.

4. De medewerker is verplicht desgevraagd opdracht te geven aan de financiële marktpartij waar hij werkzaam is, een andere instelling, lasthebber, beleggingsinstelling of andere derde alle informatie omtrent enige ten behoeve van hem of in zijn opdracht verrichte privé effectentransactie aan de interne toezichthouder te verstrekken.

1. De insider, met uitzondering van de insider waarop 3a.5.2 van toepassing is, meldt onverwijld iedere door hem verrichte privé effectentransactie aan de interne toezichthouder. De interne toezichthouder controleert of de privé effectentransactie aan de toepasselijke regels, voorschriften en aanwijzingen voldoet. De interne toezichthouder, als bedoeld in 3a.1, onder d, sub i, rapporteert zijn bevindingen rechtstreeks aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan. De interne toezichthouder, genoemd in 3a.1, onder d, sub ii, rapporteert rechtstreeks aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen/Raad van Beheer/Raad van Toezicht dan wel aan de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan bij het ontbreken van eerstgenoemde organen.

2. De insider is verplicht zich binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid in te spannen opdat met hem gelieerde derden op eerste verzoek van de interne toezichthouder indien deze daartoe aanleiding heeft, alle informatie (doen) verstrekken omtrent enige door hen verrichte privé effectentransactie.

Handelen door de medewerker in strijd met deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement wordt beschouwd als een ernstige inbreuk op het vertrouwen dat de financiële marktpartij als werkgever in de medewerker moet kunnen stellen en kan op grond daarvan leiden tot een passende sanctie door het daartoe bevoegde orgaan, waaronder het ongedaan maken van het door de medewerker behaalde voordeel, overplaatsing, schorsing, andere disciplinaire of arbeidsrechtelijke maatregelen, ontslag op staande voet daarvan niet uitgezonderd.

Indien de medewerker twijfelt omtrent de uitleg of de toepassing van deze bijlage of het op deze bijlage gebaseerde reglement, is hij gehouden het advies van de interne toezichthouder in te winnen. De interne toezichthouder is bevoegd een voor de medewerker bindende uitspraak te doen, behoudens bezwaar. Tegen de uitspraak van de interne toezichthouder kan de medewerker bezwaar maken bij de voorzitter van het hoogste bestuursorgaan of een door deze aan te wijzen beroepsorgaan. Het maken van bezwaar heeft geen schorsende werking ten aanzien van de uitspraak van de interne toezichthouder.

De reikwijdte van de in deze bijlage opgenomen voorschriften inzake de administratieve organisatie en het systeem van interne controle, naar de onderscheiden categorieën van effecteninstellingen, is als volgt:

Naast de systematische beschrijving van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle beschrijft de effecteninstelling:

1. Een effecteninstelling voorziet in procedures en neemt alle maatregelen voor een strikte scheiding, waaronder een personele scheiding, tussen:

2. In afwijking van 4.3.1 worden bij effecteninstellingen, niet zijnde een effecteninstelling die de effectendienst bedoeld in artikel 1, onder h, sub 2 en sub 8b verricht, waarvan alle activiteiten bedoeld in 4.3.1 hoofdzakelijk plaatsvinden op het niveau van het hoogste bestuursorgaan, de maatregelen voor een strikte scheiding als bedoeld in 4.3.1 zoveel mogelijk doorgevoerd.

1. De administratieve organisatie voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen in de daartoe bestemde administratie, verantwoording daarvan in de periode(n) waarop deze betrekking hebben, alsmede in toekenning van het resultaat aan de periode(n) waarop zij betrekking heeft. Tevens voorziet de administratieve organisatie en het systeem van interne controle in verificatie van de (rekenkundige) juistheid van de administratieve vastlegging, een adequate documentatie van de administratie, alsmede in tijdige, krachtens deze regeling vereiste, rapportages aan de Autoriteit Financiële Markten, daaronder begrepen procedures omtrent de wijze waarop de rapportages worden opgesteld en hoe zij aansluiten op de desbetreffende administratie(s).

2. Afspraken en overeenkomsten worden zoveel mogelijk met schriftelijke bewijsstukken aangetoond.

1. Uit de financiële administratie moet op dagelijkse basis tenminste de aard en omvang van activa en passiva, de niet uit de balans blijkende verplichtingen, alsmede de resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteiten en bedrijfsonderdelen kunnen blijken. Met het oog daarop worden op dagelijkse basis alle transacties en de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen in de administratie verwerkt.

2. Uit de financiële administratie blijkt met het oog op het bewaken en beheersen van de risico’s door de instelling en de naleving van de krachtens deze regeling gestelde regels inzake het eigen vermogen en het toetsingsvermogen, daaronder begrepen de rapportageverplichtingen jegens de Autoriteit Financiële Markten, op dagelijkse basis de financiële positie van de effecteninstelling. In de procedures van de effecteninstelling is de wijze van invulling van deze rapportages vastgelegd en uit de administratie dient te blijken op welke wijze zij aansluiten op de financiële administratie, waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd, inclusief de eventueel te nemen correctieve maatregelen naar aanleiding van de geconstateerde afwijkingen.

3. De financiële administratie dient te zijn gebaseerd op externe bescheiden en op interne bescheiden die zijn geautoriseerd door een daartoe bevoegde functionaris, waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd. De in de financiële administratie opgenomen reserveringen en schattingen dienen op adequate wijze te zijn gedocumenteerd op een zodanige wijze dat de juistheid en de volledigheid kan worden vastgesteld.

4. Op dagelijkse basis worden de rechten en verplichtingen, waaronder de debiteuren en crediteuren, uitgesplitst naar ouderdom van de af te wikkelen effectentransacties en van alle daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen. De effecteninstelling neemt maatregelen indien afwikkeling niet heeft plaatsgevonden op de afgesproken afwikkelingsdatum, waarbij deze maatregelen gedocumenteerd worden vastgelegd.

Ingeval effectentransacties voor eigen rekening plaatsvinden worden de doelstelling(en) en aard van deze activiteit, uitgesplitst op het niveau van individuele rekeningen, vastgelegd en wordt, mede ter uitvoering van artikel 19 van deze regeling betreffende de door de effecteninstelling te nemen maatregelen ter vermijding van belangenconflicten, voorzien in een strikte administratieve scheiding tussen de handel voor eigen rekening en de handel voor rekening van cliënten.

In het kader van de risicobewaking stelt een effecteninstelling limieten vast voor het aangaan van transacties voor eigen rekening en voor rekening van cliënten, legt deze schriftelijk vast en voorziet in procedures betreffende de dagelijkse rapportage van de feitelijke posities en van de verschillen tussen de feitelijke posities en de geaccordeerde limieten. Ingeval van limietoverschrijdingen worden deze gerapporteerd op het moment dat zij zich voordoen en vindt dagelijks vastlegging plaats van de correctieve maatregelen.

Ingeval van het gebruik van tussenrekeningen voor effectentransacties, worden aard en doelstelling(en) van de tussenrekening(en) schriftelijk vastgelegd. Tevens wordt voorzien in adequate controleprocedures met betrekking tot de opbouw en afloop van de tussenrekening(en), die er in voorzien dat transacties niet langer dan strikt noodzakelijk, gezien het doel waarvoor een tussenrekening wordt gehanteerd, op een tussenrekening wordt geadministreerd. Daarbij worden opbouw en afloop van de tussenrekening dagelijks gecontroleerd, waarbij afwijkingen worden gerapporteerd aan de leiding. Ingeval van het gebruik van een tussenrekening voor het verzamelen van transacties blijkt onverminderd 4.16, uit de administratie voor wiens rekening de op de tussenrekening geadministreerde transactie is aangegaan en worden bij de desbetreffende tussenrekening de aard, omvang en modaliteiten van de order die aan de positie op de tussenrekening ten grondslag ligt vermeld.

Ten behoeve van interne controle-doeleinden wordt tenminste voorzien in de vastlegging en naleving van procedures betreffende het tenminste per ultimo van iedere maand opstellen van een fondsenbalans, overeenkomstig de volgende bepalingen:

Een effecteninstelling voorziet in een systematische en toegankelijke administratie van contracten, agenda’s en notulen van de diverse organen die het dagelijks beleid van de instelling bepalen of mede bepalen, van interne memoranda en mededelingen van die organen, alsmede van de externe correspondentie en cliëntenmailing en van alle andere, voor de bedrijfsvoering en het toezicht daarop van belang zijnde, schriftelijke informatie. In deze administratie worden tevens alle niet schriftelijke overeenkomsten vastgelegd, voorzover daaruit rechten of verplichtingen van de effecteninstelling voortvloeien.

Een effecteninstelling voorziet, ter waarborging van de bij of krachtens het besluit gestelde regels, met betrekking tot potentiële of nieuwe cliënten, in de vastlegging en naleving van procedures ten aanzien van de wijze van het plegen van acquisitie en het tot stand brengen van de cliëntenrelatie, daaronder het vaststellen van de identiteit van de cliënten, het afsluiten van de benodigde cliëntenovereenkomsten, het kennis nemen van de financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van de cliënt en de verstrekking van de vereiste informatie aan de desbetreffende cliënten.

Een effecteninstelling voorziet in een systematische en toegankelijke cliëntenadministratie, waarin per cliënt, voor zover van toepassing, tenminste zijn vastgelegd:

Een effecteninstelling voorziet in procedures die zien op een tijdige en betrouwbare informatieverstrekking aan cliënten overeenkomstig de bij de wet, het besluit of deze regeling gestelde regels.

Een effecteninstelling voorziet in procedures die zien op een adequate klachtenafhandeling, waarin zijn vastgelegd de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en de wijze waarop de leiding van de effecteninstelling wordt geïnformeerd over klachten en de behandeling daarvan. De effecteninstelling voorziet daarbij in een klachtenadministratie, waaruit tenminste de datum waarop een klacht ter kennis van de effecteninstelling is gebracht, de aard van de klacht, degene die de klacht in behandeling heeft genomen, de datum en wijze van afhandeling van de klacht, alsmede de gevoerde correspondentie met betrekking tot de klacht blijkt.

1. Een effecteninstelling voorziet in procedures met betrekking tot de orderafhandeling en de vastlegging in de orderadministratie, daaronder tenminste begrepen:

2. Onverminderd 4.15.1, voorziet de orderadministratie er in dat bij de ontvangst van een order onverwijld de volgende gegevens worden vastgelegd:

3. De orderadministratie voorziet er in dat bij de uitvoering van een order onverwijld de volgende gegevens worden vastgelegd:

4. De in 4.15.1 tot en met 4.15.3 genoemde data en tijdstippen worden vastgelegd door middel van elektronische klokken, dan wel door middel van andere methoden die gelijkwaardige waarborgen bieden.

Een effecteninstelling voorziet in een effectenadministratie, die tenminste voldoet aan de volgende eisen:

1. Een effecteninstelling voorziet in de opzet en toepassing van een effectenafwikkelingadministratie, waaruit blijkt op welke wijze een effectentransactie is afgewikkeld, zowel wat betreft het stukkenverkeer als het geldverkeer.

2. De effecteninstelling ziet op dagelijkse basis toe op de bewaking van de afwikkeling van de effectentransacties, het nemen van maatregelen indien afwikkeling abusievelijk niet heeft plaatsgevonden op de afgesproken afwikkelingsdatum, waarbij deze maatregelen gedocumenteerd worden vastgelegd.

1. Een effecteninstelling voorziet in een positie-administratie, waaruit dagelijks, per cliënt onderverdeeld, tenminste de volgende gegevens dienen te blijken:

2. De effecteninstelling voorziet in de opzet en naleving van procedures die tenminste zien op:

3. De positie-administratie voorziet in de mogelijkheid van het opstellen van historische overzichten per cliënt. Indien dergelijke overzichten niet uit de administratie kunnen worden opgesteld kan de effecteninstelling volstaan met het tenminste per ultimo van iedere maand opstellen en op systematische en toegankelijke wijze bewaren van positie-overzichten.

4. Indien de effecteninstelling niet zelf de instelling is bij wie de betrokken cliënt zijn effectenrekening(en) aanhoudt, voert zij een schaduw-administratie overeenkomstig de voorschriften als bedoeld in 4.18.1 en 4.18.2. en stemt zij ter bewaking van de juistheid en volledigheid van de schaduw-administratie, deze maandelijks af met de positie-administratie van de instelling(en) waar de desbetreffende effectenrekening(en) wordt (worden) aangehouden. Daarbij is de wijze van afstemming vastgelegd in de administratie.

5. In het geval van toewijzingen aan een beperkt aantal cliënten, voorziet de administratie ter zake in de vastlegging van de volgende gegevens:

1. In het geval van emissies, voorziet de effecteninstelling in de opzet en naleving van procedures inzake de wijze van het overnemen of (het garanderen van) het plaatsen van emissies en de methode(s) van inschrijving en van toewijzing aan de cliënten door het syndicaat.

2. Onverminderd de voorschriften met betrekking tot de administratie als bedoeld onder 4.10, voorziet de effecteninstelling tevens in de administratieve vastlegging van tenminste de volgende zaken:

1. Een effecteninstelling voorziet in de opzet en naleving van maatregelen en procedures inzake de gescheiden behandeling van de in artikel 19, bedoelde informatie alsmede op de krachtens artikelen 22 en 23 vereiste gedragscodes inzake koersgevoelige informatie en privé beleggingstransacties.

2. De effecteninstelling voorziet ten behoeve van de naleving van en de controle op de krachtens artikel 19 van deze regeling te nemen maatregelen, in een vastlegging waaruit blijkt welke cliëntendossiers met eventuele koersgevoelige informatie binnen de effecteninstelling aanwezig zijn en welke personen uit hoofde van hun functie of positie binnen de effecteninstelling kunnen beschikken over desbetreffende informatie.

3. De effecteninstelling voorziet ten behoeve van de naleving van en de controle op de regelingen als bedoeld in de artikelen 22 en 23 van deze regeling in de opzet en toepassing van een administratie en archief, waaruit tenminste de volgende gegevens blijken:

In het geval dat de effecteninstelling zelf effectentransacties verricht, wordt voorzien in de opzet en naleving van procedures krachtens welke de ingevolge artikel 44 van deze regeling verplichte meldingen overeenkomstig de door de Autoriteit Financiële Markten te stellen regels ter kennis van de Autoriteit Financiële Markten worden gebracht.

In het geval dat de effecteninstelling vermogensbeheer verricht voor cliënten voorziet de effecteninstelling in de opzet en naleving van procedures ten aanzien van het te voeren beleggingsbeleid en de controle daarop, alsmede in een zodanige administratieve vastlegging van de voor dat vermogensbeheer relevante gegevens dat daaruit minimaal eens per kwartaal per cliënt/opdrachtgever de volgende gegevens kunnen worden ontleend:

Vervallen.

Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voorziet in de opzet en toepassing van procedures voor de naleving van de te volgen gedragslijn bij het aannemen van personeel conform artikel 42 van deze regeling. Daartoe voorziet de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, tevens in een administratie, waaruit de gegevens blijken die de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, heeft ingewonnen in het kader van haar oordeelsvorming over de deskundigheid van de desbetreffende medewerker.

Een effecteninstelling voorziet in de opzet en naleving van procedures voor de onderkenning en het melden van bij of krachtens de Wet melding ongebruikelijke transacties vastgestelde ongebruikelijke transacties. Daartoe voorziet de effecteninstelling tevens in de opzet en toepassing van een administratie, waaruit tenminste de volgende gegevens blijken:

1. Een instelling die overeenkomstig artikel 15 of 16 van deze regeling effecten van cliënten van effecteninstellingen bewaart, voorziet in een systematische en toegankelijke administratie van de in bewaring genomen effecten en, voor zover van toepassing, gelden, waaruit op dagelijkse basis per cliënt inzicht blijkt in de voor rekening van die cliënt bewaarde effecten, onderverdeeld naar:

2. De in 4.26.1 bedoelde administratie voorziet tevens in een vastlegging van de rechten die behoren bij de in bewaring genomen effecten, daaronder dividenden en coupons.

3. De in 4.26.1 bedoelde instelling voorziet in procedures krachtens welke de wijze waarop de bewaaradministratie aansluit op de van belang zijnde externe bescheiden is vastgelegd en waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd, inclusief de eventueel te nemen correctieve maatregelen naar aanleiding van de geconstateerde afwijkingen.

4. Klachten van de cliënt met betrekking tot het overzicht als bedoeld in artikel 37 van deze regeling worden verklaard en gedocumenteerd vastgelegd, inclusief de eventueel naar aanleiding van de klachten te nemen correctieve maatregelen.

1. De effecteninstelling die gebruik maakt van geautomatiseerde gegevensverwerking dient zodanige maatregelen en procedures door te voeren dat de beveiliging (vertrouwelijkheid, integriteit en continue beschikbaarheid) van de geautomatiseerde gegevensverwerking is gewaarborgd. Daarbij dient aandacht te zijn besteed aan maatregelen op de volgende gebieden:

2.1 De effecteninstelling dient maatregelen te nemen:

2.2 De effecteninstelling dient procedures te hebben die voorzien in het registreren, analyseren en oplossen van problemen die zich in het geautomatiseerde proces voordoen.

2.3 De effecteninstelling dient maatregelen en procedures te implementeren die bewaken dat de operationele omgeving gebruik maakt van de juiste programmatuur, stamgegevens en geprogrammeerde controles.

3. De fysieke functiescheidingen van de effecteninstelling dienen te zijn doorgevoerd in de functiescheidingen binnen de geautomatiseerde gegevensverwerking. Deze functiescheidingen in het geautomatiseerde systeem dienen te zijn vastgelegd in competentietabellen. De effecteninstelling dient:

4. De effecteninstelling dient zorg te dragen voor maatregelen en procedures die voorkomen dat storingen en calamiteiten optreden binnen de geautomatiseerde gegevensverwerking. Hiertoe dient de effecteninstelling:

5. De effecteninstelling dient te beschikken over procedures waarin de uitgangspunten voor beheer en beveiliging zijn vastgelegd. Er dient een plannings- en evaluatiecyclus aanwezig te zijn, die voortdurend bewaakt of de juiste maatregelen zijn getroffen en waaruit de werking van het beleid blijkt. De periodieke evaluatie van het beveiligingsbeleid dient te zijn gebaseerd op actuele risico-analyses.

6. De effecteninstelling dient ervoor zorg te dragen dat veranderingen in informatiebehoeften en de daartoe benodigde aanpassingen in de automatiseringssystemen worden vastgesteld en doorgevoerd op basis van veranderingen in de doelstellingen en in het risicoprofiel van de effecteninstelling.

Vervallen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

1. De koersstabilisatie moet gericht zijn op het bevorderen van een stabiele prijsvorming met het oog op het in stand houden van de adequate functionering van de effectenmarkten ten behoeve van beleggers en uitgevende instellingen.

2. Koersstabilisatie mag slechts plaatsvinden indien het fonds is toegelaten tot de officiële notering aan een effectenbeurs of indien het aannemelijk is dat het fonds daartoe spoedig zal worden toegelaten.

3. Koersstabilisatie mag slechts plaatsvinden door middel van aan- en verkooptransacties die voor rekening en risico van het syndicaat in het desbetreffende fonds en in daaraan gerelateerde effecten worden verricht door effecteninstellingen die als stabilisator zijn aangewezen.

4. Koersstabilisatie mag slechts plaatsvinden vanaf het tijdstip dat de emissie is aangekondigd tot en met 30 dagen na de stortingsdatum.

1. Een syndicaat kan per effectenbeurs één of meerdere effecteninstellingen als stabilisator aanwijzen.

2. Een effecteninstelling die als stabilisator is aangewezen voorziet in de administratieve vastlegging van tenminste de datum, het tijdstip, de prijs en het aantal effecten van de transacties als bedoeld in 6.2.3.

1. Een syndicaatlid dat niet als stabilisator is aangewezen:

2. Voor een effecteninstelling die een uitnodiging om aan het syndicaat deel te nemen ontvangt is 6.4.1 van overeenkomstige toepassing, tenzij:

1. Indien bij koersstabilisatie effecten worden aangekocht, geldt vanaf het moment van aankondiging van de emissie tot en met de dag van sluiting van de emissie dat koersstabilisatie slechts is toegestaan onder of op de stabilisatiekoers dan wel, indien deze hoger is, de laatst gedane officiële notering.

2. Bij het vaststellen van een stabilisatiekoers gedurende de in het eerste lid bedoelde periode dient:

1. Het syndicaat draagt er zorg voor dat het voornemen tot koersstabilisatie via een mededeling op een prominente plaats in het emissieprospectus en in een openbare mededeling van de effectenbeurs waar het fonds genoteerd is of zal worden, wordt aangekondigd.

2. Indien het prospectus pas beschikbaar komt nadat met de koersstabilisatie zal worden gestart of indien prospectus niet verplicht is, dienen de onder 6.6.1 genoemde gegevens op een zodanige wijze te worden bekendgemaakt dat beleggers voorafgaand aan de koersstabilisatie daarvan kennis kunnen nemen.

Het is verboden om als effecteninstelling voor syndicaatsleden bemiddelend op te treden, indien redelijkerwijs aan te nemen valt dat het betrokken syndicaatslid daarmee in strijd handelt met de voorwaarden zoals gesteld in deze bijlage.

In deze voorschriften wordt verstaan onder informatieverstrekking: iedere vorm van informatieverstrekking door of (mede) namens een effecteninstelling aan het publiek, die dient ter openbare aanprijzing of een wervend karakter kent betreffende effectenbemiddeling of vermogensbeheer en/of de effecten waarop die diensten betrekking hebben.

In de informatieverstrekking is voor het publiek duidelijk dat door een effecteninstelling informatie betreffende effectendiensten, dan wel de effecten waarop die diensten betrekking hebben, en/of de mogelijkheid van vermogensbeheer wordt aangeboden.

Een effecteninstelling als bedoeld in artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 vermeldt tevens dat zij de producten namens een andere effecteninstelling aanbiedt en dat zij alleen de cliënt in contact brengt met de aanbieder van deze producten.

De naam van de effecteninstelling wordt in de informatieverstrekking genoemd.

Een effecteninstelling als bedoeld in artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 vermeldt tevens de namen van de effecteninstellingen bij wie zij haar cliënten aanbrengt.

In de informatieverstrekking wordt vermeld dat de effecteninstelling geregistreerd is bij de Stichting Toezicht effectenverkeer te Amsterdam.

1. De informatieverstrekking is inhoudelijk juist en niet misleidend.

2. Het beeld, dat het publiek op basis van de informatieverstrekking kan vormen van het aanbod van een effecteninstelling en de risico's van het aanbod, wijkt niet wezenlijk af van het beeld dat gevormd kan worden op grond van de informatie die overeenkomstig de wet, het besluit en deze regeling verstrekt dient te worden.

3. De informatieverstrekking met betrekking tot een product is duidelijk en transparant omtrent de aard van het product en haar samenstellende delen. Zij geeft een objectieve weergave van risico's van het aangeboden product en haar samenstellende delen. Tevens voorziet de informatieverstrekking in een objectief en actueel kostenoverzicht.

4. Indien informatie wordt verschaft ten aanzien van een product waarbij krediet wordt verschaft voor beleggingsdoeleinden en het risico voor rekening van de belegger komt, wordt in de informatieverstrekking in duidelijke bewoordigen aangegeven dat de belegger een lening aangaat. Voorts wordt de volgende mededeling in de informatieverstrekking opgenomen: ‘U belegt (deels) met geleend geld. Dit betekent dat u het risico loopt dat u uw inleg verliest of zelfs een schuld overhoudt.’ Deze zin wordt duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en apart van de overige tekst in de informatieverstrekking opgenomen, waarbij de gebruikte letter niet kleiner is dan de grootte van de letter in de nabije tekst.

1. In de informatieverstrekking waarin verwachtingen omtrent de toekomst worden uitgesproken dan wel wordt gerefereerd aan in het verleden behaalde resultaten worden de volgende twee zinnen opgenomen: ‘De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.’

2. De twee zinnen als bedoeld in 7.6.1 worden duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en apart van de overige tekst in de informatieverstrekking opgenomen. De twee zinnen worden bovendien opgenomen in de directe nabijheid van de plaats waar gerefereerd wordt aan in het verleden behaalde resultaten dan wel de verwachtingen omtrent de toekomst, waarbij de gebruikte letter niet kleiner is dan de grootte van de letter in de nabije tekst.

3. Indien op meerdere plaatsen in de informatieverstrekking wordt gesproken over in het verleden behaalde resultaten respectievelijk verwachtingen omtrent de toekomst, worden de twee zinnen als bedoeld in 7.6.1, in de tekst opgenomen in de directe nabijheid van de eerste gelegenheid.

4. In afwijking van 7.6.2 en 7.6.3 geldt voor radio- en televisieboodschappen dat de twee zinnen naar ratio van 7.6.1 tot en met 7.6.3 kunnen worden toegepast.

Indien in een informatieverstrekking werkelijke rendementscijfers (op basis van het verleden) worden gepresenteerd, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

Indien in een informatieverstrekking geprognosticeerde rendementscijfers (met betrekking tot de toekomst) worden gepresenteerd, zijn de volgende bepalingen van toepassing: