Regeling · BWBR0010213
Hygiënebesluit vleeskalkoenbedrijven 1999
gelet op de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999,
op 13 januari 1999 vastgesteld het navolgende
BESLUIT
Voor het Bestuur,R.J.TazelaarvoorzitterS.B.M.JongeriussecretarisDit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999, over.
Een hygiëne-onderzoek dient een score te hebben die kleiner of gelijk is aan 1,5.
Indien de score groter dan 1,5 maar kleiner of gelijk aan 3,0 is dan dient tijdens de volgende leegstandperiode opnieuw een hygiëne-onderzoek plaats te vinden.
Indien de score groter is dan 3,0 dan dient tijdens de volgende leegstandsperiode te worden ontsmet door een erkend ontsmettingsbedrijf. Na de ontsmetting dient opnieuw een hygiëne-onderzoek plaats te vinden.
Bij binnenkomst van een koppel vleeskalkoenen op het vleeskalkoenbedijf dient dat koppel op de wijze als omschreven in Bijlage I bemonsterd te worden.
Bij het afleveren van een koppel vleeskalkoenen dient dat koppel op de wijze als omschreven in Bijlage II bemonsterd te zijn.
De uitslag van het onderzoek op aanwezigheid van Salmonella, bedoeld in het eerste lid van dit artikel en artikel 3, dient minimaal twee weken voor de aflevering aan de slachterij te worden doorgegeven. De uitslag van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is niet ouder dan vier weken.
Indien de ondernemer, die een vleeskalkoenbedrijf de uitoefent, constateert dat de kratten of containers waarin een koppel kalkoenen wordt vervoerd niet schoon zijn, is de betreffende ondernemer verplicht hiervan direct melding te doen bij het Productschap.
De informatie die verkregen is uit het onderzoek van de monsters die genomen zijn door de kalkoenkuikenbroederij waarvan de eendagskuikens afkomstig zijn dient, binnen 1 week na de aflevering van de vleeskalkoenen, te worden doorgegeven aan het Productschap.
Vervallen
Dit besluit kan worden aangehaald als "Hygiënebesluit vleeskalkoenbedrijven 1999".
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999.
Dit werkvoorschrift beschrijft de monstername van strooisel zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella van vleeskalkoenen bij aankomst.
De monsters worden genomen op het vleeskalkoenbedrijf door of namens de ondernemer.
steriele plastic zakken of potten.
etiketten.
steriele plastic handschoenen.
inzendformulier.
Er dient bij elke levering 1 monster van minimaal 10 handjes strooisel per vrachtauto genomen te worden. Dit moet duidelijk met mest besmeurd strooisel zijn.
De monsters dienen evenredig verspreid over de geleverde kuikens verzameld te worden.
Pak met behulp van steriele plastic handschoenen een duidelijk zichtbaar besmeurd handje vol strooisel.
Doe dit in een plastic pot/zak (per pot/zak 10 monsters bij elkaar).
Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om evt. besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.
Verzamel op deze wijze per vrachtauto 1 pot/zak à 10 monsters.
Sluit iedere pot/zak direct na het vullen zorgvuldig.
Voorzie elke pot/zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, KIP nummer en stalnummer(s).
Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer).
De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.
De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
Dit werkvoorschrift beschrijft de mestmonstername zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij vleeskalkoenen voor het afleveren.
De monsters worden genomen door of namens de ondernemer. De monstername moet plaatsvinden volgens methode A of via B. De voorkeur gaat uit naar methode A.
wattenstaafjes/swabs (steriel).
steriele plastic potten zonder binnendeksel of plastic zakken
etiketten.
inzendformulier.
Er dienen 30 monsters per stal genomen te worden met behulp van wattenstaafjes. Bij voorkeur moeten dit verse blindedarm-mestmonsters zijn. Indien deze niet of onvoldoende aanwezig zijn moet dit vervangen/aangevuld worden door cloaca-monsters.
De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
Op deze wijze kan een Salmonella besmetting bij tenminste 10% van de dieren met 95% zekerheid worden aangetoond.
Was voor de monstername altijd uw handen
Neem met behulp van een wattenstaafje het blindedarm-mestmonster (ca. 1 gram mest) of cloaca monster (daarbij dient het wattenstaafje duidelijk zichtbaar besmeurd te worden).
Zet het wattenstaafje in een plastic pot (per pot 15 wattendragers bij elkaar).
Breek het met de handen aangeraakte eind van het staafje af zonder het deel in de pot aan te raken.
Verzamel op deze wijze 2 potten à 15 monsters.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van individueel in buisjes verpakte swabs, worden deze gewoon teruggeplaatst in de buisjes. Deze dienen in het laboratorium tot twee monsters te worden verwerkt.
Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.
Voorzie de pot van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.
Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer).
De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.
De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
2 paar overschoentjes (steriel).
steriele plastic zakken
etiketten.
inzendformulier.
Er dient per stal tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.
Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.
Loop een volledige ronde door de stal.
Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic zak.
Per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd. De werkwijze moet dus worden herhaald.
Sluit iedere zak direct na het vullen zorgvuldig.
Voorzie de zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.
Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer).
De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.
De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.