Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 november 1998, nr. MJZ 98112040, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op de artikelen 15, eerste, tweede en vierde lid, en 26a, eerste en derde lid, van de Huurprijzenwet woonruimte, artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929 en hoofdstuk III van de Wet op de huurcommissies;
De Raad van State gehoord (advies van 14 januari 1999, nr.W08.98.0536);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 5 februari 1999, nr. MJZ 99139228, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage6 februari 1999Beatrix De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. W. Remkesdrieëntwintigste februari 1999De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Besluit huurprijzen woonruimte.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissies.
In de gevallen waarin de overgangsregeling, zoals opgenomen in artikel III, derde lid, van het besluit van 2 september 1996 tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (bodemsanering, verkeerslawaai) en het Besluit verschuldigde vergoeding huurcommissie bij geliberaliseerde huurovereenkomsten (Stb. 459), op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, wordt toegepast, blijft deze ook na de inwerkingtreding van dit besluit van kracht.
Indien het bij koninklijke boodschap van 5 juli 1997 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Huurprijzenwet woonruimte, de Wet op de huurcommissies en enkele andere wetten (introductie van een afzonderlijke huurcommissie-procedure ter bevordering van het opheffen van gebreken aan of tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte, wijziging van de regeling met betrekking tot de aan de Staat verschuldigde vergoeding voor een advies of een uitspraak van de huurcommissie en wijziging van het toezicht op de huurcommissies) (kamerstukken I 1997/98, 25 445, nr. 272) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.