U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 24-11-2018.

Regeling · BWBR0010280

Besluit personenchauffeurs defensie

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 15 februari 1999, houdende de vaststelling van enkele rechtspositionele bepalingen ten aanzien van burgerambtenaren van Defensie, die belast zijn met het vervoer van bewindslieden en hoge ambtelijke functionarissen (Besluit personenchauffeurs defensie)Besluit personenchauffeurs defensieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 13 november 1999, nr. P/98007410;

Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet en artikel 12:15 van de Arbeidstijdenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 18 december 1998, No.W07.98.0528);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 5 februari 1999, nr. P/99000429;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Lech15 februari 1999Beatrix De Staatssecretaris van Defensie,H. A. L. van Hoofde elfde maart 1999De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 30b, tweede lid, van het reglement alsmede de artikelen 20, 22 en 49 van het inkomstenbesluit zijn op de personenchauffeur niet van toepassing.

De arbeidstijd voor de personenchauffeur met een volledige arbeidstijd bedraagt gemiddeld 45 uur per week.

De personenchauffeur met een volledige arbeidstijd ontvangt een vaste toelage onregelmatige dienst ten bedrage van € 155,63 bruto per maand.

De in de artikelen 4, 5, en 6 genoemde aanvulling op het salaris, de vaste toelage voor onregelmatige dienst en de consignatietoelage behoren tot de bezoldiging, bedoeld in artikel 1 van het inkomstenbesluit.

Over de in de artikelen 4, 5, en 6 genoemde aanvulling op het maandsalaris, de vaste toelage voor onregelmatige dienst en de consignatietoelage heeft de personenchauffeur recht op een eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 44 van het inkomstenbesluit.

In afwijking van artikel 32, vierde lid, van het reglement bedraagt de aanspraak op vakantie voor de personenchauffeur met een volledige arbeidstijd 218 uren per kalenderjaar.

Voor de personenchauffeur met een onvolledige arbeidstijd worden de in de artikel 4 genoemde aanvulling op het salaris, de in artikel 5 genoemde vaste toelage voor onregelmatige dienst, het in artikel 6, derde lid, genoemde aantal uren consignatie en de in artikel 9 genoemde aanspraak op vakantie, vastgesteld op een evenredig deel van die aanvulling, de toelage, het aantal uren consignatie en het aantal uren vakantie bij een volledige arbeidstijd.

Het Besluit van 3 mei 1989 (Stb. 1989, 194), houdende een nadere werktijd regeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personenchauffeurs defensie.