Ministeriële regeling · BWBR0010302

Besluit instelling commissie pachtbeleid

Wijzigingen Officiële bron
Besluit instelling commissie pachtbeleidBesluit instelling commissie pachtbeleidDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 6, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges;

Besluiten:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage1 maart 1999 De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.H.FaberDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A.Peper

In dit besluit wordt verstaan onder minister: de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

De archiefbescheiden van de commissie worden na opheffing of, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, overgedragen aan het archief van de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 1999 en vervalt drie maanden na de datum waarop de commissie het advies aan de minister heeft uitgebracht.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling commissie pachtbeleid.

De Pachtwet heeft drie doelstellingen:

De Pachtwet werkt als een instrument voor de financiering van grond. Sinds een aantal jaren loopt het pachtareaal terug. Om deze tendens te keren zijn in 1995 een aantal wijzigingen in de Pachtwet doorgevoerd. Deze dienen te worden geëvalueerd.

In het Regeerakkoord is liberalisering van de wet tot uitgangspunt genomen.

Aan de commissie wordt de volgende opdracht gegeven op basis van de in het regeerakkoord overeengekomen liberalisering van het pachtbeleid: