Ministeriële regeling · BWBR0010336
Besluit Vertrouwenspersonen Integriteit BZK
Overwegende dat de aanstelling van één of meer vertrouwenspersonen voor integriteitsvraagstukken een bijdrage kan leveren aan het waarborgen van de integriteit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties;
Gehoord de Groepsondernemingsraad van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Overlegcommissie Binnenlandse Veiligheidsdienst als bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 27 mei 1986, houdende vaststelling van aanvullende regels ten aanzien van de rechtspositie van de ambtenaren bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (Stb. 310);
Besluit:
Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant wordt geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.PeperBinnen het Ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijks-relaties worden één of meer vertrouwenspersonen integriteit aangesteld.
Een vertrouwenspersoon ressorteert voor zijn taak als vertrouwenspersoon rechtstreeks onder de secretaris-generaal.
Een vertrouwenspersoon:
- a.
hoort desgevraagd de medewerker aan, wiens integriteit in het geding is of dreigt te raken, en geeft advies over de wijze waarop hij daarmee kan om gaan;
- b.
adviseert desgevraagd de medewerker over de wijze waarop deze kan om gaan met kennis over mogelijke integriteitsinbreuken binnen het ministerie.
Een vertrouwenspersoon brengt jaarlijks aan de secretaris-generaal een vertrouwelijk en geanonimiseerd verslag uit over het aantal behandelde zaken, de aard daarvan en de terzake gegeven adviezen.
Een vertrouwenspersoon wordt benoemd en ontslagen door de minister.
De benoeming geldt voor een periode van drie jaren.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 maart 1999.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Vertrouwenspersonen Integriteit BZK.