Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 7 mei 1998, nr. MJZ98042492, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 2 van de Woningwet;
De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 1998, nr. W08.98.0190);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 10 maart 1999, nr. MJZ 99151343, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage16 maart 1999Beatrix De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. W. Remkesde vijfentwintigste maart 1999De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Bouwbesluit.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Een aanvraag om bouwvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit, alsmede enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag, wordt afgedaan overeenkomstig de artikelen 228a, 251b en 288a van het Bouwbesluit, zoals deze artikelen luidden de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.