Wijzigingen Officiële bron
Wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wettenWijzigingswet Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wettenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen aan te brengen in het stelsel van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, met name op het punt van de verhouding tussen de organen van het stelsel en de rijksoverheid, en dat het daartoe noodzakelijk is, de Wet op de bedrijfsorganisatie en enkele andere wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Tavarnelle3 april 1999Beatrix De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,K. G. de Vries De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,H. H. Apotheker De Minister van Economische Zaken,A. Jorritsma-Lebbinkde negenentwintigste juni 1999De Minister van Justitie,A. H. Korthals

Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Meststoffenwet.

Wijzigt de Landbouwwet.

Wijzigt de Noodwet voedselvoorziening.

Wijzigt de Diergeneesmiddelenwet.

Wijzigt de Landbouwkwaliteitswet.

Wijzigt de Visserijwet 1963.

Wijzigt de Plantenziektenwet.

Wijzigt de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Wijzigt de Flora- en faunawet.

Wijzigt de Arbeidstijdenwet en de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag.

Wijzigt de In- en uitvoerwet.

De tekst van de Wet op de bedrijfsorganisatie wordt in het Staatsblad geplaatst.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld, waarop artikel I, onderdelen X, Y, en Z, onderdeel 2, en artikel XIV, vierde lid, in werking treden.