Ministeriële regeling · BWBR0010420
Regeling vaststelling perioden zoogkoeienpremie 1999
Gelet op artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage19 april 1999 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,H.H. ApothekerAls perioden, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, worden vastgesteld:
- a.
voor het melden van overgedragen premierechten zoogkoeien, bedoeld in artikel 3.8 van de Regeling dierlijke EG-premies: het tijdvak van 15 juni 1999 tot en met 30 juni 1999;
- b.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, over het jaar 1999 voor zoogkoeien: het tijdvak van 2 augustus 1999 tot en met 3 september 1999;
- c.
voor het aanvragen van specifieke premierechten voor zoogkoeien, bedoeld in artikel 3.4 van de Regeling dierlijke EG-premies: het tijdvak van 2 augustus 1999 tot en met 28 september 1999.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling perioden zoogkoeienpremie 1999.