Ministeriële regeling · BWBR0010455

Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar

Wijzigingen Officiële bron
Regeling afleggen eed en belofte ambtenaarRegeling afleggen eed en belofte ambtenaarDe Minister van Justitie,

Gelet op artikel 51, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag10 mei 1999 De Minister van Justitie, A.H.Korthals

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het formulier, bedoeld in artikel 1, in tweevoud opgemaakt, wordt door de ambtenaar, de getuige en degene ten overstaan van wie de eed of belofte is afgelegd, ondertekend.

De ambtenaar ontvangt een exemplaar; het andere exemplaar wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgelegd.

De ambtenaar aangesteld dan wel tewerkgesteld bij het Ministerie van Justitie die geen eed of belofte heeft afgelegd en op wie artikel 2, tweede lid, niet van toepassing is, legt alsnog de eed of belofte af volgens het bepaalde in deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald: Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar.