Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund, van 22 december 1998, nr. 1998/54401 (3696), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 10, negende lid, 10b, tiende lid, 10d, tiende lid, 10f, vijfde lid, 22, 23, 27, tiende lid, 188, 233, eerste en tweede lid, en 235, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
Gezien het advies van de Onderwijsraad van 18 november 1998, OR 980592/3696;
De Raad van State gehoord (advies van 19 maart 1999, No.W05.98.0611/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund, van 12 mei 1999, nr. 1999/15676 (3696), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage19 mei 1999Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,K. Y. I. J. Adelmund De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,H. H. Apothekervijftiende juni 1999De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Inrichtingsbesluit W.V.O.
Wijzigt het Formatiebesluit W.V.O.
Wijzigt het Bekostigingsbesluit W.V.O.
Aanvragen voor het verzorgen van intrasectorale programma's met ingang van het schooljaar 2001–2002, ingediend overeenkomstig de voorlichtingspublicatie van 16 november 1998, Uitleg Mededelingen OCenW 1998, nr. 28, onder het voorbehoud van totstandkoming van daarop betrekking hebbende voorschriften als onderdeel van het Inrichtingsbesluit W.V.O., worden aangemerkt als te zijn ingediend overeenkomstig artikel 26k, eerste tot en met derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals luidend ingevolge artikel I, en de daarop betrekking hebbende adviezen van de provincies en organisaties, bedoeld in artikel 10b, negende lid, van de wet, worden aangemerkt als te zijn uitgebracht overeenkomstig artikel 26k, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals luidend ingevolge artikel I. Gegevens als bedoeld in het tweede lid, onder c, van genoemde artikel 26k, voor zover nog niet aan Onze Minister verstrekt, worden door het bevoegd gezag alsnog verstrekt.
In afwijking van artikel 26k, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals luidend ingevolge artikel I, beslist Onze Minister op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, voor 1 oktober 1999. Indien de beschikking niet voor die datum kan worden gegeven, stelt Onze Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
De artikelen I, III en IV treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in het onderhavige besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Artikel III werkt terug tot en met 1 1 augustus 1998.
Artikel II treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1998.
Artikel 25 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. zoals luidend ingevolge artikel I, vervalt met ingang van 1 augustus 2003.