Ministeriële regeling · BWBR0010504
Regeling etikettering energiegebruik lampen
Gelet op richtlijn nr. 98/11/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van lampen voor huishoudelijk gebruik betreft (PbEG L 71) en de artikelen 2, eerste lid, 3, tweede en derde lid, 5, 6, eerste lid, onderdeel a, en 7 van het Kaderbesluit etikettering energiegebruik huishoudelijke apparatuur;
Besluiten:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage7 juni 1999 De Minister van Economische Zaken, A.Jorritsma-LebbinkDe Minister van Volkgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-EilersIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
uitvoeringsrichtlijn lampen:richtlijn nr. 98/11/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 januari 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van lampen voor huishoudelijk gebruik betreft (PbEG L 71);
- b.
kaderbesluit:Kaderbesluit etikettering energiegebruik huishoudelijke apparatuur;
- c.
lampen: huishoudelijke elektrische lampen welke rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden aangesloten en huishoudelijke fluorescentielampen, ook wanneer deze voor niet-huishoudelijk gebruik in de handel worden gebracht, met dien verstande dat wanneer een lamp door de eindgebruiker kan worden gedemonteerd onder lamp in de zin van deze regeling wordt verstaan dat deel van de lamp dat licht uitstraalt of die delen die licht uitstralen.
Als categorie van huishoudelijke apparaten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het kaderbesluit wordt aangewezen: lampen.
Deze paragraaf is niet van toepassing op:
- a.
lampen met een lichtstroom van meer dan 6500 lumen;
- b.
lampen met een opgenomen vermogen van minder dan 4 watt;
- c.
reflectorlampen;
- d.
lampen die in de handel worden gebracht om voornamelijk te worden gebruikt met andere energiebronnen, zoals batterijen;
- e.
lampen die niet voornamelijk in de handel worden gebracht voor hun productie van licht in het golflengtegebied van zichtbaar licht (400-800 nm);
- f.
lampen die in de handel worden gebracht als onderdeel van een product waarvan verlichting niet het hoofddoel is, tenzij dergelijke lampen afzonderlijk te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden of tentoongesteld.
De gegevens op het etiket, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het kaderbesluit, voor lampen, en de opmaak, afmetingen en kleurstelling van dat etiket voldoen aan de daaraan in bijlage I van de uitvoeringsrichtlijn lampen gestelde eisen.
De gegevens op de kaart, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het kaderbesluit, voor lampen, en de opmaak van die kaart voldoen aan de daaraan in bijlage II van de uitvoeringsrichtlijn lampen gestelde eisen.
De technische documentatie, bedoeld in artikel 5 van het kaderbesluit, over lampen voldoet aan de daaraan in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsrichtlijn lampen gestelde eisen.
Als plaats, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het kaderbesluit, waar het etiket, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van dat besluit, voor lampen wordt aangebracht, wordt aangewezen: de buitenzijde van de afzonderlijke verpakking van elke lamp.
Indien de verpakking van een lamp te klein is om daarop een verkleind etiket als bedoeld in bijlage I van de uitvoeringsrichtlijn aan te brengen, wordt het etiket aan de lamp of de verpakking gehecht of wordt samen met de lamp een etiket op ware grootte getoond.
De gegevens in de gedrukte mededeling, bedoeld in artikel 7 van het kaderbesluit, over lampen voldoen aan de daaraan in bijlage III van de uitvoeringsrichtlijn lampen gestelde eisen.
Indien een leverancier of handelaar voor 1 januari 2001 lampen, niet zijnde lampen als bedoeld in artikel 3, voorziet van een etiket en een kaart als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het kaderbesluit geschiedt dit op de wijze als in de artikelen 4 tot en met 7 is bepaald.
Indien een leverancier of handelaar lampen als bedoeld in artikel 3 voorziet van een etiket en een kaart als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het kaderbesluit, geschiedt dit op de wijze als in de artikelen 4 tot en met 7 is bepaald. De vorige volzin vindt slechts toepassing indien voor de desbetreffende lampen geharmoniseerde meetnormen zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het kaderbesluit.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001, met uitzondering van de artikelen 8 en 9, die in werking treden met ingang van 1 juli 1999.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling etikettering energiegebruik lampen.