Ministeriële regeling · BWBR0010527
Regeling halteplaatsen
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op Verordening (EG) Nr. 1255/97 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1997 betreffende de communautaire criteria voor halteplaatsen en tot aanpassing van het in richtlijn 91/628/EEG bedoelde reisschema (PbEG L 174) alsmede op artikel 7, vijfde lid, Besluit dierenvervoer 1994;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage18 juni 1999De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.BrinkhorstIn deze regeling wordt verstaan onder:
a. verordening:Verordening (EG) Nr. 1255/97 van de Raad van de Europese Unie van 25 juni 1997 betreffende de communautaire criteria voor halteplaatsen en tot aanpassing van het in richtlijn 91/628/EEG bedoelde reisschema (PbEG L 174);
b. minister:Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Het is verboden dieren tijdens het vervoer uit te laden op een halteplaats die niet is erkend ingevolge artikel 3 van de verordening.
Erkenning van een halteplaats wordt op aanvraag van de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de halteplaats, verleend door de minister.
Erkenning wordt slechts verleend indien de halteplaats voldoet aan de artikelen 3, tweede lid, 4, eerste en derde lid, en 5 van de verordening alsmede, indien het een verzamelcentrum als bedoeld in artikel 2, punt o, van richtlijn 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunitair handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121) betreft, aan artikel 4, tweede lid, van de verordening.
De minister kan de erkenning schorsen of intrekken in de gevallen bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de verordening.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling halteplaatsen.