Ministeriële regeling · BWBR0010613

Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25

Wijzigingen Officiële bron
Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

In overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage16 juli 1999 De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid,R.H.L.M. vanBoxtelDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A.PeperDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,K.Y.I.J.Adelmund

In deze regeling wordt verstaan onder:

a)de ministers:

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties en voor zover het betreft het onderwijs de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen;

b)G25:

de gemeenten Almelo, Arnhem, Amsterdam, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Hengelo, Helmond, ’s Her-togenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle;

c)gemeentebestuur:

het college van burgemeester en wethouders van een tot de G25 behorende gemeente;

d)doorstartconvenant:

het convenant dat op 17 december 1998 tussen het Rijk en de G25 is gesloten;

e)meerjarig ontwikkelingsprogramma:

het ontwikkelingsprogramma dat het gemeentebestuur overeenkomstig de in het doorstartconvenant opgenomen afspraken vóór 1 november 1999 bij het Rijk indient.

Aan het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma legt het gemeentebestuur de volgende doelstellingen ten grondslag:

Indien de ministers, gehoord de minister van Justitie van oordeel zijn dat het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma niet voldoet aan de artikelen 4 tot en met 6, stellen zij het gemeentebestuur in de gelegenheid het meerjarig ontwikkelingsprogramma aan te passen. Zij stellen daarbij een termijn en geven aan op welke onderdelen het ontwikkelingsprogramma aanpassing behoeft.

De ministers kunnen de bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien uit het financieel verslag, bedoeld in artikel 9, blijkt dat de bijdrage niet is besteed aan de uitvoering van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde maatregelen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25.