Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking tot vaststelling van subsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse ZakenSubsidieplafonds en beleidsvoornemens voor subsidiëring Buitenlandse Zaken en OntwikkelingssamenwerkingDe Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.10 en op hoofdstuk II, afdeling 1, paragraaf 3, afdelingen 2 tot en met 4, paragrafen 1 tot en met 6, afdelingen 5 en 6, paragraaf 1 tot en met 5, afdeling 7, paragraaf 1, afdeling 10, paragraaf 1, en afdeling 12, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken

Besluiten:

Dit besluit zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerkingnamens dezen,De wnd. secretaris-generaal, B.J. vanEenennaam

Vervallen

Vervallen

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 2, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 4, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 500.000.

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 5, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 4, paragraaf 6, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 5, van de regeling bedraagt het subsidieplafond:

a.

voor het thema Nederland Vrijhaven:

f 4.000.000;b.

voor Grootschalige Manifestaties:

f 3.000.000;c.

voor exploitatiesubsidies:

f 0.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 7, paragraaf 1, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 0.

Voor subsidieverlening op grond van hoofdstuk II, afdeling 10, paragraaf 1, van de regeling bedraagt het subsidieplafond: f 200.000.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De aanvraag voor een project moet in lijn zijn met het beleid aangaande de bestrijding van kinderarbeid zoals beschreven in de notitie ’Kinderarbeid Wereldwijd’ uit 1998. De doelgroep betreft kinderen tot 18 jaar en het belang van de kinderen moet centraal staan. Kinderen moeten zoveel mogelijk geconsulteerd worden en betrokken zijn bij opstellen en implementeren van het project. Het genderaspect dient te zijn meegewogen. Salariskosten maken in beginsel een beperkt deel uit van het project. Het project moet, met het oog op duurzaamheid en draagvlak, door andere organisaties mede worden georganiseerd.

Ter bevordering van de bilaterale relaties met de ons omringende landen, heeft de regering in 1995 een speciale begrotingsfaciliteit gecreëerd. Uit dit budget kunnen kleinschalige activiteiten worden gesubsidieerd.

Zeer algemeen kan worden gesteld dat projecten die in aanmerking komen voor subsidiëring uit IBB-WE de bilaterale betrekkingen bevorderen met een aantal West-Europese landen dat uit buitenlands-politiek oogpunt van groot belang voor Nederland is. Het gaat hierbij om Duitsland, het Verenigd Konink-rijk, Frankrijk, België, Luxemburg, Spanje en Italië. Gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling van gelden over deze landen.

Als doelgroepen voor activiteiten die onder IBB-WE worden gesubsidieerd komen in eerste instantie beleids- en opiniemakers in aanmerking. De projecten dienen deze groepen rechtstreeks met elkaar in aanraking te brengen, dan wel de randvoorwaarden te scheppen waardoor contacten over en weer kunnen worden verbreed en/of verdiept.

Projecten die primair op beeldvorming bij het grote publiek zijn gericht kunnen in aanmerking komen voor subsidieverlening mits zij een bijdrage leveren aan het verbeteren van de bilaterale politieke relaties.

Activiteiten die voor subsidiëring in aanmerking kunnen komen zijn onder meer: seminars, conferenties, studieprojecten, uitwisselingsprogramma’s en publikaties.

Aanvragers hoeven niet in Nederland gevestigd te zijn.