Ministeriële regeling · BWBR0010671

Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu

Wijzigingen Officiële bron
Vaststelling Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieuSubsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieuDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 15.13, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag25 augustus 1999 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister kan ter ondersteuning van maatschappelijk initiatief op het gebied van milieu of duurzame ontwikkeling subsidie verlenen voor projecten en programma’s die naar het oordeel van de Minister in voldoende mate bijdragen aan het maatschappelijk debat over milieu of duurzame ontwikkeling.

Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het werkelijke tekort en bedraagt niet meer dan het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde maximum-bedrag.

Indien werkzaamheden ten behoeve van het project of het programma worden uitbesteed aan een onderneming die in organisatorisch, financieel of personeel opzicht verbonden is met de subsidieaanvrager of aan een onderneming die een inhoudelijk belang heeft bij de resultaten van het project of programma, wordt een door die onderneming in de kosten doorberekende winstopslag niet tot de subsidiabele kosten gerekend.

In aanvulling op artikel 5a worden als subsidiabele kosten in aanmerking genomen de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de evaluatie bedoeld in artikel 9a, alsmede de kosten die gemoeid zijn met de verstrekking van gegevens, bedoeld in de artikelen 13 en 14 van het Besluit milieusubsidies.

De ontvanger van een projectsubsidie is verplicht een evaluatie uit te voeren. Het voorstel tot evaluatie en de daarmee gemoeid zijnde kosten maken integraal onderdeel uit van het plan van aanpak en de begroting behorende bij de projectaanvraag.

Voor een programmasubsidie komen uitsluitend maatschappelijke organisaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, in aanmerking.

In aanvulling op artikel 5a worden als subsidiabele kosten in aanmerking genomen de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de evaluatie bedoeld in artikel 15, alsmede de kosten die gemoeid zijn met de verstrekking van gegevens, bedoeld in de artikelen 13 en 14 van het Besluit milieusubsidies.

De Minister betrekt bij de beoordeling of en in welke mate een programma bijdraagt aan de in artikel 2 bedoelde doelstelling ten minste de volgende aspecten:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu.