Ministeriële regeling · BWBR0010676

Regeling eed en belofte SZW 1999

Wijzigingen Officiële bron
Regeling eed en belofte SZW 1999Regeling eed en belofte SZW 1999De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 51, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Na overleg met de Departementale Ondernemingsraad,

Besluit:

’s-Gravenhage26 augustus 1999 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, K.G. deVries

In deze regeling wordt verstaan onder:

De eed of belofte wordt afgelegd door:

De betrokkene bepaalt zelf of hij de eed, dan wel de belofte wil afleggen.

Tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen, legt de betrokkene de eed of belofte af binnen twee maanden na de datum van ingang van de aanstelling of de tewerkstelling.

De betrokkene ontvangt daartoe een oproep.

De eed of de belofte wordt afgelegd:

De eed of de belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een getuige, aangewezen door de autoriteit ten overstaan van wie de eed of de belofte wordt afgelegd.