Ministeriële regeling · BWBR0010697
Verlening bevoegheden aan douane-ambtenaren i.v.m. tenuitvoerlegging strafvonnissen
Gelet op de artikelen 556, eerste lid, en 587, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag 1 september 1999 De Minister van Justitie, A.H.KorthalsDe ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, welke opsporingsbevoegdheid bezitten, kunnen worden belast met:
- a.
de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of strafbeschikkingen, als bedoeld in artikel 6:1:1, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
- b.
de uitreiking van een gerechtelijke mededeling als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling executiebevoegdheden douane-ambtenaren bij strafvonnissen.
Deze regeling berust op de artikelen 36d, derde lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.