Ministeriële regeling · BWBR0010720
Regeling vaststelling mede te financieren bedrag MOOZ voor 1998 en voor 1999
handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 4, derde lid, van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en artikel 3, eerste en tweede lid, van het Besluit medefinancieringsregeling;
Gezien het advies van de Ziekenfondsraad van 22 april 1999 (SEA/99019722);
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-EilersVoor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden wordt het aantal verzekerden, bedoeld in die bepaling, per 1 januari 1998 vastgesteld op 211.919.
Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet wordt het bedrag, bedoeld in die bepaling, per 1 januari 1998 vastgesteld op f 4.022,07 (euro 1825,14).
Voor de toepassing van artikel 4, derde lid, van de wet wordt het bedrag, bedoeld in die bepaling, voor het jaar 1998 per 1 januari 1998 vastgesteld op f 852.353.052 (euro 386.780.952).
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling mede te financieren bedrag MOOZ voor 1998 en voor 1999.