Regeling · BWBR0010744
Faseringsbesluit overheidswerknemers onder de Ziektewet en de Werkloosheidswet
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 6 mei 1999, Nr. SV/WV/99/23540, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 8b van de Ziektewet en artikel 7 van de Werkloosheidswet;
De Raad van State gehoord (advies van 15 juni 1999, No. W12.99.0237/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 15 september 1999, Directie Sociale Verzekeringen nr. SV/WV/99/35068, uitgebracht mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage28 september 1999Beatrix De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. Hoogervorst De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Pepernegentiende oktober 1999De Minister van Justitie,A. H. KorthalsIn dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
de wet: de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;
- b.
overheidswerknemer: de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de wet.
Het tijdstip, bedoeld in artikel 8b, eerste lid, van de Ziektewet, is het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 48 van de wet.
In afwijking van het eerste lid is het tijdstip, bedoeld in artikel 8b, eerste lid, van de Ziektewet, voor de overheidswerknemers die op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 48 van de wet, uit hoofde van hun dienstverband recht hebben op bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte, waarvan de uitkeringsduur niet verstrijkt op dat tijdstip, het tijdstip waarop de bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte eindigt, doch in ieder geval het tijdstip van aanvang van fase 3, bedoeld in artikel 49 van de wet.
In afwijking van het eerste en het tweede lid kan, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor groepen van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 8b, eerste lid, onderdeel a, van de Ziektewet, alsmede voor groepen van overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers met recht op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als bedoeld in artikel 8b, eerste lid, onderdeel b, van de Ziektewet, een ander tijdstip worden vastgesteld.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere en, zo nodig, tijdelijk van de Ziektewet afwijkende regels worden gesteld.
Het tijdstip, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Werkloosheidswet, is het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53 van de wet.
In afwijking van het eerste lid kan bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor groepen van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Werkloosheidswet, een ander tijdstip worden vastgesteld.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen nadere en, zo nodig, tijdelijk van de Werkloosheidswet afwijkende regels worden gesteld.
Van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, derde lid, en artikel 3, tweede lid, kan slechts gebruik worden gemaakt indien de Ziektewet, de Werkloosheidswet of een daarbij aansluitende arbeidsvoorwaardelijke regeling op het tijdstip, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, respectievelijk artikel 3, eerste lid, niet kan worden uitgevoerd voor een beperkt aantal groepen van overheidswerknemers of gewezen overheids-werknemers als bedoeld in die artikelen.
Van de bevoegdheid tot het stellen van tijdelijk van de Ziektewet en de Werkloosheidswet afwijkende regels, bedoeld in artikel 2, vierde lid, en artikel 3, derde lid, kan slechts gebruik worden gemaakt indien dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van die wetten voor de overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers, bedoeld in die artikelen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Faseringsbesluit overheidswerknemers onder de Ziektewet en de Werkloosheidswet.