Regeling · BWBR0010757
Besluit verzorgende in de individuele gezondheidszorg
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 december 1997, CSZ/BO-9720920;
Gelet op artikel 34 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
Gezien de adviezen van de Raad voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg (adviezen van juni 1994 en februari 1996);
De Raad van State gehoord (advies van 16 maart 1998, No. WI3.98.0003);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 september 1999, CSZ/BO-9911341;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage5 oktober 1999Beatrix De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilersde negende november 1999De Minister van Justitie,A. H. KorthalsHet recht tot het voeren van de titel van verzorgende individuele gezondheidszorg is voorbehouden aan degene aan wie het diploma is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van de opleiding tot verzorgende die is opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waarvan de deelkwalificatie verplegende elementen onderdeel heeft uitgemaakt.
Tot het gebied van de deskundigheid van de verzorgende individuele gezondheidszorg wordt gerekend:
- a.
het verrichten van handelingen op het gebied van verzorging, verpleging, observatie en begeleiding in verzorgings- en niet complexe behandelings- en verpleegsituaties;
- b.
het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verzorgende in de individuele gezondheidszorg.