Ministeriële regeling · BWBR0010851
Regeling vaststelling aanvraagperioden 2000 EG-premies ooien, stieren en ossen
Gelet op artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage 12 november 1999 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.BrinkhorstAls perioden als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend, worden voor 2000 de volgende perioden vastgesteld:
- 1.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, voor ooien: het tijdvak van 10 januari 2000 tot en met 10 februari 2000;
- 2.
voor het aanvragen van specifieke premierechten voor ooien, bedoeld in artikel 3.5.a van de Regeling dierlijke EG-premies: het tijdvak van 10 januari 2000 tot en met 6 maart 2000;
- 3.
voor het aanvragen van premie, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Regeling dierlijke EG-premies, voor stieren en ossen:
- a.
het tijdvak van 1 februari 2000 tot en met 2 maart 2000;
- b.
het tijdvak van 1 mei 2000 tot en met 31 mei 2000;
- c.
het tijdvak van 1 augustus 2000 tot en met 31 augustus 2000 en
- d.
het tijdvak van 16 oktober 2000 tot en met 13 november 2000.
- a.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling aanvraagperioden 2000 EG-premies ooien, stieren en ossen.