U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 03-12-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0011101

Regeling varkensleveringen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling varkensleveringenRegeling varkensleveringenDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 14, eerste lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);

Gelet op de artikelen 17, eerste lid, 18 en 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G.H.Faber

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.wet:

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

c.varkenshouderijbedrijf:

locatie van een landbouwbedrijf, niet zijnde een spermawincentrum of een quarantaineruimte, waar, anders dan voor recreatieve of educatieve doeleinden, een of meer varkens worden gehouden dan wel een locatie die voor het zodanig houden bestemd is;

d.spermawincentrum:

spermawincentrum dat is erkend krachtens artikel 5 van richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224) dan wel krachtens artikel 3, eerste lid, van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

e.quarantaineruimte:

afzonderingsruimte die is erkend krachtens bijlage B, hoofdstuk 1, artikel 1, onderdeel a, van richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224) dan wel krachtens artikel 3 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

f.A-bedrijf:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 2 is aangewezen als A-bedrijf;

g.B-bedrijf:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 3 is aangewezen als B-bedrijf;

h.C-bedrijf:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 4 is aangewezen als C-bedrijf;

i.D-bedrijf:

varkenshouderijbedrijf dat niet is aangewezen als een A-bedrijf, een B-bedrijf of een C-bedrijf;

j.geaccrediteerde keuringsinstantie:

keuringsinstantie, waarvan

k.I&RVL:

Identificatie & Registratiebureau Varkensleveringen te Deventer;

l.onderzoeksinstituut:

instituut als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de dierproeven, niet zijnde een A-bedrijf, B-bedrijf of C-bedrijf;

m.verzamelcentrum:

verzamelcentrum voor varkens dat is erkend krachtens artikel 11 van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);

n.cluster:

combinatie van ten hoogste drie C-bedrijven, overeenkomstig de opgave van artikel 11, vierde lid;

o.bevestigde melding levering varkens:

door het I&RVL afgegeven ontvangstbevestiging van een overeenkomstig artikel 16, eerste lid, ingediende melding van een voorgenomen levering van varkens.

De minister wijst op aanvraag van de exploitant diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien:

De minister wijst op aanvraag van de exploitant diens varkenshouderijbedrijf aan als een B-bedrijf, indien op het varkenshouderijbedrijf vrouwelijke varkens worden gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen.

De minister wijst op aanvraag van de exploitant diens varkenshouderijbedrijf aan als een C-bedrijf, indien

Aanvragen, verklaringen en bedrijfsrapporten als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 worden ingediend bij het I&RVL.

Het is de exploitant van een varkenshouderijbedrijf verboden een of meer varkens te vervoeren van of naar, af te voeren of te doen afvoeren van een varkenshouderijbedrijf of een verzamelcentrum, dan wel te ontvangen of aan te voeren op een varkenshouderijbedrijf.

Het verbod, bedoeld in artikel 7, is niet van toepassing op het vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van:

Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het de exploitant van het varkenshouderijbedrijf van herkomst in afwijking van artikel 7 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijk lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren.

Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 9, eerste lid, onderdelen a en b, 10, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 11, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b, en 12, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt.

Vervallen

Vervallen

De Regeling vervoersbeperkingen varkens wordt ingetrokken.

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling varkensleveringen.

A) inrichtingseisen:

B) managementeisen:

* doorhalen hetgeen niet van toepassing is