Ministeriële regeling · BWBR0011104
Regeling aanwijzing militaire onbemande luchtvaartuigen
Gelet op artikel 5.7, derde lid, van de Wet luchtvaart,
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
‘s-Gravenhage19 januari 2000 De Staatssecretaris van Defensie,H.A.L. vanHoofAls onbemande luchtvaartuigen aan boord waarvan zich geen gezagvoerder bevindt, worden aangewezen:
- a.
militaire onbemande luchtvaartuigen voor observatiedoeleinden vanuit de lucht;
- b.
militaire onbemande luchtvaartuigen die worden gebruikt als doel voor schietoefeningen of voor het slepen van een doel voor schietoefeningen.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 1 december 1998, houdende enige voorzieningen met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen (Stb. 1998, 674) in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing militaire onbemande luchtvaartuigen.