Regeling · BWBR0011108
Aanwijzingsbesluit middelen artikel 2, lid 2, Opiumwet
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 november 1999, GMV 2016 823;
Gelet op artikel 2, tweede lid, van de Opiumwet;
De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1999, nr. W13.99.0583/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 januari 2000, GMV 2031877;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage19 januari 2000Beatrix De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-Eilerseerste februari 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsAls een middel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Opiumwet wordt aangewezen 4-methylthioamfetamine.
Als middelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van de Opiumwet worden aangewezen:
dihydroethorfine,
remifentanil, en
de stereo-isomeren van de stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I, onder C.
Wijzigt het Besluit voorschrijven en bestellen opiumwetmiddelen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.