Wet · BWBR0001941

Opiumwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 12 mei 1928, tot vaststelling van bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende middelenOpiumwetWij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, de bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende middelen in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het op 19 Februari 1925 te Genève tusschen Nederland en andere Staten gesloten internationale opiumverdrag;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize het Looden 12den Mei 1928WILHELMINA.De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid,J. R. SLOTEMAKER DE BRUÏNE.De Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw,J. B. KAN.De Minister van Financiën,DE GEER.De Minister van Waterstaat,H. v. d. VEGTE.den een en dertigsten Mei 1928.De Minister van Justitie,J. DONNER.

Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

Onze Minister kan machtiging verlenen aan een bestuursorgaan tot afgifte op aanvraag van een schriftelijke verklaring inhoudende dat de aanvrager uitsluitend ten behoeve van zijn eigen geneeskundig gebruik een middel als bedoeld in lijst I of II mag vervoeren of aanwezig hebben.

Vervallen

Een ontheffing of een verlenging daarvan wordt geweigerd indien de aanvrager ingevolge een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld dan wel zijn goederen onder bewind zijn gesteld.

Een ontheffing wordt ingetrokken:

Een ontheffing vervalt:

Onze Minister draagt ervoor zorg dat:

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

Met het opsporen van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 en artikel 142, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, bedoeld in artikel 8j, en de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.

Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33 500,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens artikel 3c, 4, eerste of tweede lid, of 5, eerste lid.

Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.

Indien de waarde van de zaken waarmee of met betrekking tot welke de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 10, eerste tot en met vijfde lid, 10a eerste lid, 10b, 10c, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b zijn begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum van de geldboete op die feiten gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is begaan, een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.

Vervallen

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Opiumwet".

Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.

Op dat tijdstip vervalt de wet van 4 oktober 1919, Stb. nr. 592, houdende vaststelling van bepalingen, betreffende het opium en andere verdovende middelen, zoals deze wet gewijzigd is bij de wet van 29 juni 1925, Stb. nr. 308.

¹ De door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde generieke benaming.

de esters en derivaten van ecgonine, die kunnen worden omgezet in ecgonine en cocaïne;

de mono- en di-alkylamide-, de pyrrolidine- en morfolinederivaten van lyserginezuur, en de daarvan door invoering van methyl-, acetyl- of halogeengroepen verkregen middelen;

vijfwaardige stikstof-gesubstitueerde morfinederivaten, waaronder begrepen morfine-N-oxide-derivaten, zoals codeïne-N-oxide;

de isomeren en stereoisomeren van tetrahydrocannabinol;

de ethers, esters en enantiomeren van de bovengenoemde substanties, met uitzondering van dextromethorfan (INN) als enantiomeer van levomethorfan en racemethorfan, en met uitzondering van dextrorfanol (INN) als enantiomeer van levorfanol en racemorfan;

preparaten die één of meer van de bovengenoemde substanties bevatten.

Een substantie afgeleid van 2-fenethylamine is elke chemische substantie die afgeleid kan worden uit de basisstructuur van 2-fenylethaan-1-amine en die overeenkomt met de modulaire opbouw van structuurelement A en structuurelement B, zo als hieronder weergegeven, met uitzondering van 2-fenethylamine zelf en aspartaam en penconazool.

Figuur 1

Dit omvat eveneens chemische substanties die de basisstructuur van cathinon (2-amino-1-fenyl-1-propanon) hebben:

Figuur 2

Voor structuurelement A zijn de volgende ringsystemen opgenomen, waarbij structuurelement B op elke positie van structuurelement A kan zitten:

fenyl-, naftyl-, tetralinyl-, methyleendioxyfenyl-, ethyleendioxyfenyl-, furyl-, pyrrolyl-, thiënyl-, pyridyl-, benzofuranyl-, dihydrobenzofuranyl-, indanyl-, indenyl-, tetrahydrobenzodifuranyl-, benzodifuranyl-, tetrahydrobenzodipyranyl-, cyclopentyl-, cyclohexyl-

Deze ringsystemen kunnen op elke positie gesubstitueerd zijn met de volgende atomen of atoomgroepen (Rn):

waterstof, fluor, chloor, broom, jood, alkyl- (tot en met C6), alkenyl- (tot en met C6), alkinyl- (tot en met C6), alkoxy- (tot en met C6), carboxy-, alkylsulfanyl- (tot en met C6) en nitro-groepen.

De boven beschreven atoomgroepen kunnen ook nog gesubstitueerd zijn met elke chemisch mogelijke combinatie van koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof, zwavel, fluor, chloor, broom of jood. De op deze wijze verkregen substituenten kunnen een ononderbroken keten hebben van niet meer dan 8 atomen (de waterstofatomen niet meegerekend). Atomen uit de ringstructuur tellen niet mee.

De 2-amino-ethyl zijketen van structuurelement B kan gesubstitueerd worden met de volgende atomen, atoomgroepen of ringsystemen:

Een cannabimimeticum of synthetisch cannabinoid is elke chemische verbinding die overeenkomt met de volgende modulaire opbouw:

Figuur 3 geeft de modulaire opbouw van 1-fluor-JWH-018 weer.

Figuur 3

1-fluor-JWH-018 heeft als structuurelement A indol-1,3-diyl, als brug een carbonylgroep op de 3 positie, als structuurelement B een 1-naftyl groep en als zijketen een 1-fluorpentyl groep op de 1 positie.

Structuurelement A, brug, structuurelement B en zijketen zijn als volgt gedefinieerd:

Structuurelement A omvat de ringsystemen a tot en met e zo als hieronder beschreven.

Deze ringsystemen kunnen op de posities 5, 6 en 7 gesubstitueerd zijn met de volgende atomen of atoomgroepen: waterstof, fluor, chloor, broom, jood, methyl-, methoxy- en nitro- groepen.

Deze substituenten worden in de figuren a tot en met e aangeduid als R1, R2 en R3. De kronkellijn geeft de bindingsplaats voor de brug aan en de stippellijn geeft de bindingsplaats voor de zijketen aan.

De brug kan uit de volgende molecuulgroepen bestaan die via de bindingsplaats aan structuurelement A onder 2.1 verbonden zijn:

Structuurelement B kan bestaan uit elke chemisch mogelijke combinatie van koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof, zwavel, fluor, chloor, broom of jood met een maximum molecuulgewicht van 400 u en kan de volgende molecuulgroepen bevatten:

De zijketen omvat de volgende molecuulgroepen die aan structuurelement A vast zitten zoals beschreven onder 2.1:

Ook substituenten die zuurstof en/of zwavel bevatten met een continue keten, waaronder hetero-atomen, van 3 tot 7 atomen (de waterstofatomen niet meegerekend) horen hier toe.

Een substantie afgeleid van 4-aminopiperidine is elke chemische substantie die afgeleid kan worden uit de basisstructuur van 4-aminopiperidine, zie figuur 4.

Figuur 4

1.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

R1 is een alkylgroep, die op elke positie gesubstitueerd kan zijn met de volgende atomen of atoomgroepen: fluor, chloor, broom, jood, hydroxy, aryl, alkoxy, alkoxycarbonyl of heterocyclische ringstructuur.

R2 is een aryl-, arylalkyl- of cycloalkylgroep of een heterocyclische ringstructuur. Ook kan deze op elke positie gesubstitueerd zijn met de volgende atomen of atoomgroepen: fluor, chloor, broom, jood, hydroxy, alkyl, alkoxy.

R3 is een carbonylgroep gesubstitueerd met een (cyclo)alkyl-, (cyclo)alkenyl-, aryl-, methoxymethyl-, ethoxygroep of heterocyclische ringstructuur.

Daarnaast kan de piperidinering op elke positie gesubstitueerd zijn met de volgende atomen of atoomgroepen (Rn): fluor, chloor, broom, jood, hydroxy, alkyl, aryl, alkoxy, alkoxycarbonyl of heterocyclische ringstructuur.

Preparaten die één of meer substanties van de bovengenoemde stofgroepen bevatten.

Een benzimidazol opioïde (nitazeen) is elke chemische verbinding die overeenkomt met de volgende modulaire opbouw:

Figuur 5 geeft de modulaire opbouw van een nitazeen weer.

Figuuar 5

Structuurelement A, brug X, structuurelement B en zijketen zijn als volgt gedefinieerd:

Structuurelement A omvat een benzimidazol ringsysteem.

Dit ringsysteem kan op de posities R3 en R4 gesubstitueerd zijn met de volgende atomen of atoomgroepen: waterstof, fluor, chloor, broom, jood, nitro,- amino-, cyano-, isothiocyanaat-, methyl-, trifluormethyl-, methoxy-, trifluormethoxy-, acetyl-,acetoxy-, ethoxycarbonyl-, N,N-diëthylcarboxamide groepen.

De brug kan uit de volgende atomen of atoomgroepen bestaan die via de bindingsplaatsen aan structuurelement A onder 4.1 en structuurelement B onder 4.3 verbonden zijn:

De methyleengroep kan gesubstitueerd zijn (R6) met een methyl-, hydroxy-, acetonitril- of een carbamoylgroep.

De stikstof kan gesubstitueerd zijn (R6) met een alkoxycarbonylgroep (tot en met C3).

Structuurelement B is een fenylring die op één of meer posities gesubstitueerd kan zijn (R5) met de volgende atomen, of vertakte of niet-vertakte atoomgroepen:

De zijketen omvat een ethaanaminegroep, die aan structuurelement A vastzit, en die gesubstitueerd kan zijn (R1 en R2) met de volgende atomen of molecuulgroepen:

Paddo’s

A: paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten:

B: paddenstoelen die van nature muscimol en iboteenzuur bevatten:

Preparaten die één of meer van de bovengenoemde substanties bevatten, met uitzondering van hennepolie.