Regeling · BWBR0011191
Vaststellingsbesluit uitvoering wet afschaffing omroepbijdrage
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dr. F. van der Ploeg, van 4 februari 2000, nr. MLB/JZ/2000/4583;
De Raad van State gehoord (advies van 17 februari 2000, no. W05.00.0037/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dr. F. van der Ploeg, van 23 februari 2000, nr. MLB/JZ/2000/7.226;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage29 februari 2000Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,F. van der Ploegde veertiende maart 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsBij invordering van nog niet betaalde omroepbijdragen, waarvan de verschuldigdheid is ontstaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 22 december 1999 (Stb. 573), tot wijziging van de Mediawet in verband met nieuwe regels omtrent de financiering van de publieke omroep (afschaffing omroepbijdrage), worden bedragen van € 2,84 of minder niet ingevorderd.
Bij restitutie van reeds betaalde omroepbijdragen over tijdvakken die liggen na het tijdstip van inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, worden bedragen van minder dan € 0,45 niet gerestitueerd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2000.