Ministeriële regeling · BWBR0011237

Regeling profielen 2000

Wijzigingen Officiële bron
Regeling profielen 2000Regeling profielen 2000De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op:

  • artikel 7, eerste lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en

  • artikel VI, onderdeel F, van de Wet van 2 juli 1997, Stb. 322 (profielen voortgezet onderwijs);

  • Besluit:

    De staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. K.Y.I.J. Adelmund

    De bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde inrichtings- en examenvoorschriften profielen vwo/havo worden aangepast en er wordt van afgeweken volgens de bijlagen 1 en 2 bij deze regeling ten behoeve van de in artikel 3 genoemde leerlingen.

    Onverlet de afwijkingen in de examenprogramma's profielen vwo/havo aangegeven in de bijlagen kan de centrale examencommissie vaststelling opgaven bedoeld in artikel 39 van het Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo wat betreft het centraal examen afwijken van het examenprogramma profielen vwo/havo en van het op 31 juli 1998 geldende examenprogramma vwo en havo in verband met een goede afstemming tussen de centrale examens volgens beide examenprogramma's.

    Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is geplaatst, en werkt terug tot en met 1 augustus 1998 wat betreft artikel 2 en de permanente aanpassingen genoemd in de bijlagen bij deze regeling en tot en met 1 augustus 1999 wat betreft de tijdelijke afwijkingen.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling profielen 2000.

    Het deel van het vrije deel van een profiel dat moet worden besteed aan een of meer examenonderdelen is:

    Het geheel vrije deel kan door de school worden ingevuld op geheel door de school te bepalen wijze. Het kan dus ook (aanvullend) worden besteed aan (deel)vakken (examenonderdelen) van het gemeenschappelijk deel, het profieldeel en het examendeel van het vrije deel.

    Het deel van het vrije deel van een profiel dat moet worden besteed aan een of meer examenonderdelen is:

    Het geheel vrije deel kan door de school worden ingevuld op geheel door de school te bepalen wijze. Het kan dus ook (aanvullend) worden besteed aan (deel)vakken (examenonderdelen) van het gemeenschappelijk deel, het profieldeel en het examendeel van het vrije deel.

    Het in het examenprogramma van elk (deel)vak opgenomen domein "Oriëntatie op studie en beroep" wordt gehandhaafd, maar het desbetreffende onderdeel van het handelingsdeel van het schoolexamen vervalt (dit is in bijlage 2, Aanpassingen per vak, niet meer afzonderlijk bij elk vak nog eens vermeld).

    Een praktische opdracht kan deel uitmaken van het schoolexamen in meer (deel)vakken tegelijk.

    De in het examenprogramma van elk van de betrokken (deel)vakken voor het profielwerkstuk opgenomen eisen betreffende inhoud, procedure en/of vorm vervallen.

    Gehandhaafd blijven:

    Het profielwerkstuk behoeft niet betrekking te hebben op twee (deel)vakken: het mág betrekking hebben op één (deel)vak van het profieldeel (bij het profiel cultuur en maatschappij: Nederlandse en Engelse taal en letterkunde daaronder begrepen). De school maakt zelf de keuze, afhankelijk van de mogelijkheden. De school mag ook beslissen de keuze aan de leerling te laten. Door deze opzet wordt het mogelijk om toe te groeien naar het uiteindelijke model waarin het profielwerkstuk voor alle leerlingen betrekking heeft op twee (deel)vakken. Gehandhaafd blijft de regeling dat het profielwerkstuk afzonderlijk wordt beoordeeld met voldoende/goed.

    De school kan eigen keuzen maken in onderwijsvorm en toetsing van literatuur. Als de school kiest voor het leesdossier, dan is een beperking in de verwerkingsopdrachten daarin mogelijk. Er kan ook een andere keuze worden gemaakt dan het leesdossier. Het aantal te lezen werken (en de daarbij gestelde voorwaarden) blijft gehandhaafd. Voor de verwerking kan worden toegegroeid naar de eindsituatie van een (volledig) leesdossier.

    Het aantal studielasturen van 200 (vwo)/120 (havo) is de norm waaraan school en leraar zich hebben te houden: voor de "gemiddelde" leerling is niet meer tijd beschikbaar. In het programma van de school komen zoveel eindtermen aan de orde als op die school binnen het aangegeven aantal studielasturen mogelijk is. De school maakt zonodig een selectie uit de eindtermen: voorlopig behoeven ze niet allemaal aan de orde te komen, als dat binnen het in de regelgeving opgenomen aantal studielasturen (nog) niet mogelijk blijkt. De eindtermen van het domein A "Culturele activiteiten" komen in elk geval aan de orde. Daarbinnen kan het aantal culturele activiteiten worden beperkt. Waar beperking nodig is wordt die echter allereerst gezocht in domein D "Reflectie en kunstdossier". Het domein dient zich uitdrukkelijk te beperken tot wat redelijk is gezien de beschikbare studielast en de verhouding tussen "inhoud" en de rapportage daarover.

    De praktische opdrachten bepalen voor de volgende percentages het cijfer van het schoolexamen:

    Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor wiskunde A1,2 havo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: het subdomein "De binomiale verdeling" van domein G. Voor 2001 heeft de CEVO voor wiskunde A1 en wiskunde A1,2 vwo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: domein Ea, "Grafen en matrices".

    Domein Bg: Functies en grafieken

    Domein Cg: Discrete analyse

    Domein Fa: Statistiek en kansrekening

    Het subdomein "Het toetsen van hypothesen" (eindtermen 147 tot en met 150) vervalt als verplicht onderdeel. Het komt dus in elk geval niet aan de orde in het centraal examen. De school kan zelf kiezen of het subdomein deel uitmaakt van het schoolexamen. Indien de school daarvoor kiest, is de school niet gebonden aan de eindtermen zoals die in het examenprogramma zijn opgenomen. De school kan kiezen voor een alternatieve invulling, bij voorbeeld door aan de hand van één concreet voorbeeld enig inzicht te verschaffen in dit thema en/of het vormgeven als praktische opdracht.

    Domein Bg: Functies en grafieken

    Domein D (g): Meetkunde

    Het subdomein "Ruimtelijke objecten" vervalt.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%. (Voor wiskunde A1 havo geldt: voor de leerlingen die in 1999 zijn begonnen in leerjaar 4 mag de school ervoor kiezen de weging te handhaven op 30%.)

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%. Het practicum is een praktische opdracht. De leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid voert in ten minste één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie één of meer kortdurende practica uit.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%. Het practicum is een praktische opdracht. De leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid voert in ten minste één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie één of meer kortdurende practica uit.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20% (geldt ook voor biologie 1 vwo). Het practicum is een praktische opdracht. De leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid voert in ten minste één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie één of meer kortdurende practica uit.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één (al of niet "beperkt"). De school mag kiezen voor meer ("beperkte") praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    De weging van de praktische opdracht in het cijfer van het schoolexamen is: 20%. (Voor de leerlingen die in 1999 zijn begonnen in leerjaar 4 mag de school er echter voor kiezen de weging te handhaven op 30%).

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één (al of niet "beperkt"). De school mag kiezen voor meer ("beperkte") praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%. De eis dat ten minste één praktische opdracht betrekking heeft op verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken die van belang zijn voor de eigen regio, vervalt.

    De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    Het handelingsdeel ("oriëntatie in een mediatheek") vervalt. Oriëntatie in een mediatheek kan, indien gewenst, betrokken worden bij de praktische opdracht.

    De weging van de praktische opdracht in het cijfer van het schoolexamen is: 20%. (Voor de leerlingen die in 1999 zijn begonnen in leerjaar 4 mag de school er echter voor kiezen de weging te handhaven op 30%).

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    De verplichting tot een project (het doorlopen van een systeemontwikkeltraject, en de bijbehorende eindtermen) vervalt. Een dergelijk systeemontwikkeltraject kan onderdeel zijn van het schoolexamen. Indien de school wél kiest voor een project (een "grote" praktische opdracht) kan dit ook iets anders omvatten dan het doorlopen van een systeemontwikkeltraject, en kan het ook een individuele opdracht zijn. De school bepaalt zelf de weging van de onderdelen van het schoolexamen: toetsen met gesloten en/of open vragen (onderdeel a), praktische opdrachten (onderdeel b) en eventueel het project (onderdeel c). Onderdeel a bepaalt echter ten hoogste voor 50% het cijfer van het schoolexamen.

    Geen. De onder A genoemde permanente aanpassing blijft gehandhaafd.

    De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%.

    De school bepaalt zelf de weging van de onderdelen van het schoolexamen, met dien verstande dat de praktische opdrachten ten minste voor 40% het cijfer van het schoolexamen bepalen.

    Het aantal verplichte praktische opdrachten is: één. De school mag kiezen voor meer praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 20%. De school maakt zelf een selectie uit het handelingsdeel, met inachtneming van de in de regelgeving aangegeven studielast.