Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund van 21 oktober 1999, nr. 1999/41022 (3723), directie Wetgeving en Juridische Zaken, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 10, negende lid, en 29, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel 7.4.11, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Gezien het advies van de Onderwijsraad (advies van 1 september 1999, nr. OR 990430/436);
De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1999, nr. W05.990528/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund, van 20 maart 2000, nr. 2000/7646 (3723), directie Wetgeving en Juridische Zaken, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage24 maart 2000Beatrix De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,K. Y. I. J. Adelmund De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,L. J. Brinkhorstde achttiende april 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Eindexamenbesluit VO.
Wijzigt het Inrichtingsbesluit WVO.
Dit besluit treedt, onverminderd het tweede lid, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Het koninklijk besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is overgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in dit besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld.
Het Eindexamenbesluit VO zoals gewijzigd door artikel I van dit besluit, vindt toepassing met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.