U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 18-10-2000.

Wet · BWBR0011301

Wet scheepsuitrusting

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 13 april 2000, houdende regels met betrekking tot de productie en keuring van uitrusting voor zeeschepen (Wet scheepsuitrusting)Wet scheepsuitrustingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op richtlijn nr. 96/98/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen (PbEG 1997, L 46), noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot de productie en keuring van uitrusting voor zeeschepen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage13 april 2000Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbosde elfde mei 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze wet is niet van toepassing op uitrusting, bestemd voor plaatsing aan boord van oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen die in gebruik zijn voor de uitvoering van een militaire taak.

Onze Minister stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de andere lidstaten van de Europese Unie in kennis van een aanwijzing of een intrekking ingevolge artikel 4 en vermeldt in geval van een aanwijzing de aan de aangewezen instantie toegekende taken en het door de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan die instantie toegekende identificatienummer.

In deze paragraaf wordt onder keuringsinstantie mede verstaan: een door een andere lidstaat van de Europese Unie bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instantie, belast met in het kader van een of meer modules van overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in bijlage B van de richtlijn, te verrichten taken.

De fabrikant verleent de keuringsinstantie en de door deze ingevolge artikel 16, tweede lid, aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen alle medewerking, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de procedure van overeenstemmingsbeoordeling en de uitoefening van andere in deze wet bedoelde taken.

Indien voor uitrusting, niet zijnde uitrusting bestemd voor plaatsing aan boord van een Nederlands schip, door de fabrikant geen procedure van overeenstemmingsbeoordeling is gevolgd, komt de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7, tweede lid, toe aan de gemachtigde van de fabrikant of de persoon die de uitrusting in de handel brengt. De artikelen 8 tot en met 13 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.

Een keuringsinstantie die een procedure van overeenstemmingsbeoordeling heeft uitgevoerd, brengt, indien zij betrokken is bij de fase van fabricagecontrole, naast het merk van overeenstemming haar identificatienummer aan of ziet erop toe dat dit nummer wordt aangebracht door de fabrikant, diens gemachtigde of degene die de uitrusting in de handel brengt.

Uitrusting waarvoor een certificaat van gelijkwaardigheid of een certificaat ten behoeve van beproeving is afgegeven, behoeft in afwijking van artikel 3, eerste lid, niet te voldoen aan de productvoorschriften en mag, mits vergezeld van het desbetreffende certificaat, in afwijking van artikel 3, tweede lid, ook zonder merk van overeenstemming in de handel worden gebracht.

De fabrikant, diens gemachtigde of de persoon die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen, verleent alle medewerking die noodzakelijk is voor de uitvoering van maatregelen als bedoeld in de artikelen 23 en 24.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het in het kader van artikel 4, vierde lid, onderdeel a, op de keuringsinstanties uit te oefenen toezicht en de door de keuringsinstanties voor de uitoefening van dat toezicht verschuldigde vergoeding.

Voorzover op grond van de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte de richtlijn ook verbindend is voor een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, wordt deze staat voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet scheepsuitrusting.