Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 28 april 2000, houdende aanvullende rechtspositionele voorzieningen in verband met enkele reorganisaties betreffende de zittende magistratuur (Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur)Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuurWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Justitie, van 24 februari 2000, Directie Wetgeving, nr. 5012877/00/6;

Gelet op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

De Raad van State gehoord (advies van 16 maart 2000, nr. W03.00.0076/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Justitie, van 20 april 2000, nr. 5023663/00/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage28 april 2000Beatrix De Minister van Justitie,A. H. Korthals De Staatssecretaris van Justitie,M. J. Cohenelfde mei 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

Aan de rechterlijk ambtenaar aan wie in het kader van een reorganisatie ontslag is verleend, wordt overeenkomstig artikel 79, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een diensttijdgratificatie toegekend.

De rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt benoemd of geplaatst in een ambt waaraan een lager salaris is verbonden dan aan zijn oorspronkelijke ambt, behoudt gedurende de periode dat hij het nieuwe ambt vervult het salaris behorende bij zijn oorspronkelijke ambt.

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een of meer reorganisaties sociale plannen worden vastgesteld, waarin nadere regels omtrent de toepassing en de uitvoering van dit besluit worden opgenomen.

In bijzondere gevallen waarin de bij of krachtens dit besluit gestelde regels niet of niet naar redelijkheid en billijkheid voorzien, kan Onze Minister van Justitie, gehoord de functionele autoriteit, daarvan in voor de rechterlijk ambtenaar gunstige zin afwijken.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Dit besluit wordt aangehaald als: Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur.