Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 februari 2000, Z/VU-2049699;
Gelet op de artikelen 6, eerste en derde lid, 9a, tweede lid, 9b, derde lid, 11, en 16, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 20 april 2000, no.W.13.00.0095/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 mei 2000, Z/VU-2068121;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage17 mei 2000Beatrix De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,A. M. Vliegentharteenendertigste mei 2000De Minister van Justitie,A. H. KorthalsWijzigt het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering.
Wijzgt het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.
Wijzigt het Bijdragebesluit zorg.
Wijzigt het Zorgindicatiebesluit.
Wijzigt het Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering.
Wijzigt het Besluit werkingssfeer WTG 1992.
De verzekerde die op 31 december 2000 in het genot is van zorg door een verpleeginrichting als bedoeld in het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering of een verzorgingshuis als bedoeld in de Overgangswet verzorgingshuizen en ten aanzien van wie een indicatiebesluit op grond van de artikelen 9a en 9b van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is afgegeven, waaruit blijkt dat hij op die zorg is aangewezen, heeft gedurende de geldigheidsduur van het indicatiebesluit aanspraak op voortzetting van deze zorg volgens de geldende voorschriften.
Na de inwerkingtreding van dit besluit is de Regeling nadere regels zorgaanspraken AWBZ tevens gebaseerd op de artikelen 14, vijfde lid, en 16, derde lid, van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.