Ministeriële regeling · BWBR0011399
Subsidieregeling Stichting Beroepenpromotie Nederland
Gelet op artikel 2.7. van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. L.M.L.H.A.HermansIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a
wet:
de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- b
Awb:
de Algemene wet bestuursrecht;
- c
Minister:
de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;
- d
Subsidieontvanger:
de stichting Beroepenpromotie Nederland (SBN), gevestigd te 's-Gravenhage;
- e
Beroepsonderwijs:
onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid van de wet;
- f
Week van het Beroepsonderwijs:
de landelijke promotiecampagne voor het beroepsonderwijs in januari 2001
De minister verstrekt subsidie per boekjaar voor de jaren 2000 tot en met 2003 aan de subsidieontvanger voor activiteiten die bijdragen aan de promotie van het beroepsonderwijs.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten, voor zover zij bijdragen aan de promotie van het beroepsonderwijs:
- a.
het organiseren van de Week van het Beroepsonderwijs;
- b.
het stimuleren van deelname aan en het organiseren van beroepenwedstrijden;
- c.
het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van normen voor vakbekwaamheid en
- d.
het uitwisselen van kennis over beroepsonderwijs. e. het organiseren van de verkiezing van het beste leerbedrijf van het jaar.
Op de subsidie zijn de artikelen 4 tot en met 14 van de Wet overige OCenW-subsidies van overeenkomstige toepassing.
De subsidie voor subsidieontvanger bedraagt voor het jaar 2000 ƒ 1.100.000,-.
De minister verleent de subsidie op aanvraag.
De minister verlaagt de verleende subsidiebedragen in geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid Awb, tot het bedrag dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting voor de subsidie ter beschikking staat.
De minister verleent de subsidieontvanger een voorschot op het subsidiebedrag.
De subsidieontvanger verstrekt de minister en de door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen.
De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de minister en de door hem aangewezen personen volledig inzage hebben in boeken en bescheiden.
De subsidieontvanger verleent de minister en de door hem aangewezen personen toegang tot de door hem gebruikte plaatsen.
De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkelingen van het beleid.
De subsidieontvanger verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het financieel verslag en activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:75 Awb.
Het financieel verslag gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring, als bedoeld in artikel 4:78 Awb.
De minister stelt de subsidie binnen drie maanden na verstrekking van de gegevens, bedoeld in artikel 9, ambtshalve vast.
De regeling zal in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2000 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting Beroepenpromotie Nederland.
Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst.