Ministeriële regeling · BWBR0011411

Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering 2000

Wijzigingen Officiële bron
Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering 2000Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering 2000De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op de artikelen 23, derde lid, en 24 van de Wet bodembescherming;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage14 juni 2000De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.P.Pronk

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.bijlage 1, 2, 3 en 4:

de bij deze regeling behorende bijlage 1, 2, 3 onderscheidenlijk 4;

b.samenstellingswaarden voor schone grond:

de in bijlage 1 opgenomen waarden;

c.immissiewaarden:

de in bijlage 2, kolom 1, opgenomen waarden;

d.samenstellingswaarden voor herbruikbare grond:

de in bijlage 2, kolom 2, opgenomen waarden;

e.interventiewaarden:

de in bijlage 2, kolom 3, opgenomen waarden;

f.toetsingsregel voor schone grond:

de regel, opgenomen in artikel 2, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de toetsing aan de samenstellingswaarden voor schone grond;

g.waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor schone grond:

waarden die gelijk zijn aan of liggen beneden de samenstellingswaarden voor schone grond, dan wel die de samenstellingswaarden voor schone grond overschrijden in ten hoogste de door de toetsingsregel voor schone grond toegestane mate.

Bij de adviesaanvraag aan het servicecentrum over de reinigbaarheid van verontreinigde grond worden de gegevens verstrekt die zijn aangegeven in bijlage 4.

Deze paragraaf is niet van toepassing op baggerspecie.

Grond als bedoeld in de aanhef van het eerste lid van de artikelen 6 en 7 is eveneens reinigbaar indien:

Grond als bedoeld in de aanhef van het eerste lid van de artikelen 6 en 7 die bij toepassing van de artikelen 6, 7 en 8 niet-reinigbaar blijkt te zijn, geldt desalniettemin als reinigbaar mits naar het oordeel van het servicecentrum redelijkerwijs kan worden verwacht dat die grond metterdaad kan worden gereinigd binnen 5 jaar te rekenen met ingang van de dag dat die grond niet-reinigbaar werd beoordeeld en tijdens die periode voldoende opslagcapaciteit voor die grond aanwezig is.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2000.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering 2000.

Samenstellingswaarden voor schone grond uitgaande van 25% lutum en 10% humus (organisch stof)** (mg/kg droge stof tenzij anders vermeld).

Algemene clausule met betrekking tot de samenstellingwaarden voor schone grond

Ten aanzien van stoffen uit bijlage 2 die niet zijn opgenomen in tabel 1a of tabel 1b wordt de aantoonbaarheidsgrens aangemerkt als de samenstellingswaarde voor schone grond.

Verklaring afkortingen en tekens:

** Voor de omrekening van de samenstellingswaarden van de standaardgrond naar de samenstellingswaarde voor de te beoordelen grond geldt voor zware metalen de volgende formule:

waarin:

Indien zich meetproblemen met lage gehalten organische stof of lutum voordoen kan van percentages van 2% organisch stof en lutum uitgegaan worden.

** Voor de omrekening van de samenstellingswaarden van de standaardgrond naar de samenstellingswaarden voor de te beoordelen grond geldt voor organische stoffen de volgende formule:

waarin:

Lu gemeten percentage lutum in de te beoordelen grond.

Algemene clausule met betrekking tot de samenstellingwaarden voor herbruikbare grond

Indien:

Verklaring van de afkortingen en tekens:

Zie bijlage 1.

Voor de beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond waarin deze stoffen zich mede bevinden, gelden voor deze stoffen de volgende waarden:

Verklaring van de afkortingen en tekens: Zie bijlage 1.