U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 03-12-2003.

Ministeriële regeling · BWBR0011441

Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000

Wijzigingen Officiële bron
Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de artikelen 10, eerste en tweede lid, onderdeel c, 11, eerste lid, 17, 18, 30, 77, 81 en 94 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Voorts gelet op artikel 2, tweede lid, artikel 3, tweede lid, onderdelen b, c en d, artikel 4, artikel 5, tweede en derde lid, artikel 6, eerste lid en artikel 11, eerste tot en met vierde lid, van Richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens, zoals gewijzigd bij Richtlijn 97/12/EG van de Raad van de Europese Unie van 17 maart 1997 (PbEG L 109) en op Richtlijn 92/66/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG L 260),

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage23 juni 2000 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, L.J.Brinkhorst

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

b. verzamelen van varkens:

op één plaats tijdelijk bijeenbrengen van varkens, afkomstig van verschillende plaatsen;

c. varkensverzamelcentrum:

plaats in Nederland ten behoeve van de verzameling van varkens;

d. runderverzamelcentrum:

plaats in Nederland ten behoeve van het bijeenbrengen van runderen.

e. eerste verzameling:

eerste aanvoer van varkens, runderen, schapen, of geiten, op onderscheidenlijk een varkensverzamelcentrum, een runderverzamelcentrum, een schapenverzamelcentrum, of een geitenverzamelcentrum, nadat dit is ontvolkt, gereinigd en ontsmet dan wel, indien op een runderverzamelcentrum met meerdere epidemiologische bedrijfseenheden fokrunderen worden aangevoerd, eerste aanvoer van fokrunderen op een epidemiologische bedrijfseenheid nadat deze is ontvolkt, gereinigd en ontsmet;

f. VWA:

de Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij besluit van 8 juli 2002 (Stcrt. 127);.

g. werkzaamheden:

controle als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet;

h. aanbieder:

exploitant, eigenaar of diens vertegenwoordiger van onderscheidenlijk een varkensverzamelcentrum, een runderverzamelcentrum, een schapenverzamelcentrum, of een geitenverzamelcentrum;

i. kwartier:

spanne tijd van één vierde deel van een uur, of enkel gedeelte daarvan, die of dat besteed is of zou zijn aan de werkzaamheden, met uitzondering van reistijd;

j. starttarief:

toeslag op het tarief voor werkzaamheden die op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één aanbieder op één plaats worden verricht;

k. vervoermiddel:

voertuig, waaronder mede begrepen een combinatie van een voertuig met één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers;

l. vervoerseenheid:

voertuig dat of aanhangwagen, oplegger of container die deel uitmaakt van een combinatie als bedoeld in onderdeel m;

m. blokperiode:

tijdseenheid, die begint vanaf het tijdstip van eerste verzameling, van:

n. beslag:

op een bedrijf als een afzonderlijke epidemiologische eenheid gehouden varkens of groep varkens onderscheidenlijk rund of groep runderen met eenzelfde gezondheidsstatus;

o. aanvoerstal:

ruimte waar varkens binnen het varkensverzamelcentrum verblijven na aanvoer op het varkensverzamelcentrum voordat zij worden geselecteerd naar bestemmingsadres;

p. selectieruimte:

ruimte binnen het varkensverzamelcentrum waar varkens worden geselecteerd naar bestemmingsadres;

q. afvoerstal:

ruimte waar varkens binnen het varkensverzamelcentrum verblijven nadat zij ten behoeve van de afvoer zijn geselecteerd naar bestemmingsadres;

r. de export:

het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen;

s. certificaat:

schriftelijke verklaring naar aanleiding van de onder g genoemde werkzaamheden;

t. dierenarts:

bevoegde, door de VWA met werkzaamheden belaste dierenarts;

u assistent:

door de VWA met werkzaamheden belaste persoon, niet zijnde een dierenarts;

v.richtlijn 64/432/EEG:

richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);

w.richtlijn 92/102/EEG:

richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PbEG L 335);

x.fokrunderen:

runderen, ouder dan 2 maanden en jonger dan 50 maanden, die kennelijk zijn bestemd voor de fokkerij in een land, niet zijnde Nederland;

y. slachtrunderen:

runderen, die kennelijk zijn bestemd om te worden geslacht;

z. mesterij:

bedrijf of onderdeel van een bedrijf waar runderen, jonger dan 12 maanden, worden gehouden die zijn bestemd om te worden afgevoerd naar een slachthuis;

aa. starterbedrijf:

bedrijf of onderdeel van een bedrijf waar runderen, jonger dan 16 weken, worden gehouden die zijn bestemd om te worden afgevoerd naar een mesterij;

bb. epidemiologische bedrijfseenheid:

afgescheiden stalruimte op een runderverzamelcentrum ten behoeve van de huisvesting van een beslag dat zodanig is gesitueerd dat geen contact met de overige op het verzamelcentrum aanwezige beslagen mogelijk is, met dien verstande dat wanneer meerdere epidemiologische bedrijfseenheden zijn ondergebracht in een gebouw de voor elke epidemiologische bedrijfseenheid bestemde ruimte fysiek door middel van geheel gesloten wanden gescheiden is van de voor de overige epidemiologische bedrijfseenheden bestemde ruimten;

cc.schapenverzamelcentrum:

plaats in Nederland ten behoeve van de verzameling van schapen;

dd.geitenverzamelcentrum:

plaats in Nederland ten behoeve van de verzameling van geiten;

ee. afleveringsvoorziening:

fysiek afgescheiden ruimte waarin varkens binnen een bedrijf verblijven nadat zij zijn geselecteerd ten behoeve van de afvoer naar het slachthuis welke ruimte niet is ondergebracht in een gebouw waarbinnen de overige op het bedrijf aanwezige varkens zich bevinden;

ff. weiderunderen:

vrouwelijke runderen, ouder dan 12 maanden, die kennelijk zijn bestemd om te worden afgevoerd naar een vetweiderijbedrijf;

gg. vetweiderijbedrijf:

bedrijf waar uitsluitend runderen worden gehouden die zijn bestemd om rechtstreeks te worden afgevoerd naar een slachthuis;

hh. Minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Het verzamelen van varkens is verboden.

Het in artikel 2 bedoelde verbod geldt niet indien de varkens verzameld worden op een varkensverzamelcentrum dat voor de desbetreffende categorie varkens door de minister is erkend.

De erkenning, bedoeld in artikel 4, wordt verleend indien het varkensverzamelcentrum voldoet aan de in bijlage I bij de onderhavige regeling vermelde eisen en voor het betreffende varkensverzamelcentrum geen subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling sanering verzamelcentra varkens.

De erkenning, bedoeld in artikel 4, wordt ingetrokken indien het varkensverzamelcentrum niet langer voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 5 en 6.

Het afvoeren van varkens vanaf een varkensverzamelcentrum is verboden, tenzij:

Een runderverzamelcentrum wordt door de Minister erkend indien voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in artikel 9c. Indien het runderverzamelcentrum beschikt over meerdere epidemiologische bedrijfseenheden, bevat het besluit tot erkenning van een runderverzamelcentrum, bedoeld in de eerste volzin, een aanduiding van het aantal epidemiologische eenheden dat voldoet aan artikel 9c, onderdeel y.

De eisen, bedoeld in artikel 9b, zijn:

Indien het runderverzamelcentrum naar het oordeel van de Minister niet voldoet aan de voor de aanvoer van weiderunderen op een vetweiderijbedrijf opgestelde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 9c en 9d, kan de Minister besluiten dat op het runderverzamelcentrum niet langer weiderunderen bijeen mogen worden gebracht.

Deze paragraaf geldt in zoverre in aanvulling op het koninklijk besluit van 1 mei 1975 houdende voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht op veemarkten (Stb. 247).

Een schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk een geitenverzamelcentrum, wordt door de Minister erkend indien voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in artikel 9m.

De eisen, bedoeld in artikel 9l, zijn:

Een schapenverzamelcentrum, onderscheidenlijk geitenverzamelcentrum dat erkend is op grond van artikel 9l, voldoet aan artikel 9m en aan de volgende eisen:

Deze paragraaf geldt in zoverre in aanvulling op het koninklijk besluit van 1 mei 1975 houdende voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht op veemarkten (Stb. 247).

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. organisator:

organisator van een tentoonstelling of keuring;

b. plaats:

plaats waar tentoonstelling of keuring wordt gehouden;

c. schapen of geiten:

schapen of geiten, die individueel geregistreerd staan bij het Individuele Dier Registratiesysteem van de Gezondheidsdienst voor Dieren;

d. UBN:

door de minister toegewezen uniek bedrijfsnummer, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002.

Het in artikel 9a, eerste lid, en artikel 9k, eerste lid, bedoelde verbod geldt niet voor het bijeenbrengen van runderen, schapen of geiten, afkomstig van verschillende bedrijven, voor een tentoonstelling of een keuring op een plaats, mits voldaan wordt aan de artikelen 9t tot en met 9v.

Voor de werkzaamheden is de aanbieder een vergoeding verschuldigd. Deze vergoeding bestaat uit een starttarief van € 40,23 indien op de dag waarop de werkzaamheden plaatsvinden, geen varkens of runderen anders dan in doorvoer buiten Nederland worden gebracht en een bedrag van

Indien certificaten worden afgegeven, is de aanbieder boven de vergoedingen, bedoeld in artikel 10, een vergoeding verschuldigd van € 2,11 per certificaat.

In geheel Nederland zijn de markten waarop pluimvee, loopvogels of postduiven worden verhandeld verboden, alsmede het organiseren van wedvluchten van postduiven of het tijdelijk bijeenbrengen op één plaats van pluimvee, loopvogels of postduiven die afkomstig zijn van verschillende plaatsen en vervolgens naar verschillende plaatsen binnen het Rijk, niet zijnde slachterijen, worden weggevoerd.

De Regeling varkensmarkten 1994, de Regeling markt- en tentoonstellingsverbod pluimvee 1992 en de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren worden ingetrokken.

De krachtens artikel 4 van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren verleende erkenningen worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 4 van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2000.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000.

Deze regeling berust op de artikelen 17, tweede lid, 18, tweede lid, en 30, eerste en derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren zoals die luiden met ingang van het tijdstip waarop de wet van 30 januari 2002 tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (veterinair complex) (Stb. 88) in werking treedt.

Algemene eisen

Voorzieningen

Reiniging en ontsmetting

Administratie