Ministeriële regeling · BWBR0011449
Aanwijzing van verenigingen die niet aan representativiteitseisen Pensioen- en Spaarfondsenwet hoeven te voldoen
Gelet op artikel III, eerste lid, van de Wet van 25 mei 2000 tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet met betrekking tot de medezeggenschap van gepensioneerden en de gelijkstelling in pensioenregelingen van geregistreerde partners met gehuwden (Stb. 256),
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
‘s-Gravenhage28 juni 2000 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F.HoogervorstAls verenigingen op wie artikel 6a, eerste lid, vierde zin, en vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet tot 1 januari 2001 niet van toepassing zijn aangewezen:
de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO), de Centrale van Samenwerkende Pensioenbelangen Organisaties (C.S.P.O.), de Nederlandse Islamitische Bond voor Ouderen (NISBO), Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG), de Protestants Christelijke Ouderen Bond (PCOB) en de Unie van Katholieke Bonden van Ouderen (Unie KBO).